Zeeland is proeftuin voor de export

Bij ruimtelijke ordening moet het gaan om kwaliteit. En dat komt eerder in het vizier met een grand design dan met een bestemmingsplan. Zo’n integrale gebiedsaanpak zorgt niet alleen voor een duurzaam en aantrekkelijk gebied, maar is ook nog eens een exportproduct van formaat!

Landbouw, recreatie, wonen, bedrijvigheid en natuur: in Nederland moet het allemaal op enkele hectaren gebeuren. Het beslag dat mensen en functies op de ruimte doen, is groot maar wordt groter nu waterbeheer en waterveiligheid hun plek in de ruimte opeisen. Al die claims zorgen ervoor dat de inrichting van gebieden niet zo maar van een leien dakje loopt. Boosdoener is vaak het bestemmingsplan dat elk ruimtebeslag vast legt en met harde criteria toetst of ontwikkelingen wel in het plan of het aangepaste plan passen. Kan dat niet, dan volgen onderzoeken en procedures om dat alsnog te verwezenlijken. Dat accent op toetsingen en details optimaliseert de rechtsbescherming, maar heeft ook een hoge prijs. Processen zijn stroperig en tijdrovend. Erger nog dan dat is het eindresultaat: dat eerder een optelsom is van belangen dat weinig overeenkomt met het ontwerp dat bestuurders bij aanvang voor ogen stond.

Duurzame inrichting

“We zijn het zicht op de totale samenhang kwijt.” zegt Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde aan de Universiteit van Utrecht. “Er is te weinig oog voor de duurzame inrichting van gebieden.” Net als andere hoogleraren, ambtenaren en vertegenwoordigers uit de watersector pleit hij voor een ommezwaai in de ruimtelijke ordening. “Bij de inrichting van de ruimte moet het weer gaan om waarden. De politiek moet terug in de drivers seat.”

Omgevingsrecht

Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) heeft deze signalen uit de praktijk ter harte genomen. In maart kondigde zij aan de wetten en regels op het vlak van ruimtelijke ordening te zullen versoberen en integreren. Met deze vernieuwing van het omgevingsrecht beoogt Schultz van Haegen de besluitvorming op het vlak van ruimtelijke ordening sneller en goedkoper te maken. Daarnaast en minstens zo belangrijk, moet het bestuurders meer armslag geven. De regionale verschillen in Nederland zijn toegenomen, zo luidde haar motivatie. “Dat maakt maatwerk noodzakelijk. Het uitgangspunt is om de beslisruimte zo dicht mogelijk bij de burger te leggen.”

Plan Tureluur: een landinrichtingsproject waarin landbouw en natuur elkaar gevonden hebben.

Kwaliteit van de omgeving

Hoe betrek je inwoners, grondeigenaren, natuurorganisaties, bedrijven en waterbeheerder bij de ruimtelijke opgaven in je regio? Hoe voer je als overheid de regie, hoe houd je partijen betrokken en hoe krijg je iedereen mee in het proces? Het vraagt om heel andere vormen van samenwerking, niet alleen tussen bestuurders onderling maar ook tussen bestuurders en andere partijen.

Juist in dergelijke vormen van samenwerking en minder in wet- en regelgeving, moet de oplossing op ruimtelijk vlak gevonden worden, vindt Frans Tonnaer, de nieuwe hoogleraar Omgevingsrecht aan de Open Universiteit Nederland. “In plaats van regels zou de nieuwe wet meer moeten uitgaan van afspraken in de vorm van bevoegdhedenovereenkomsten, bestuursakkoorden en convenanten om vervolgens die zaken goed te regelen. De wet moet veel meer het vertrouwen uitstralen dat de burgers bereid zijn om de gewenste omgevingskwaliteit ook te realiseren, in plaats van alles van bovenaf op te willen leggen.”

Zuidkust van Schouwen

Zeeland heeft deze wetgeving niet afgewacht en is ruim vijftien jaar geleden al gaan pionieren met integrale gebiedsinrichting en – bijna onlosmakelijk daarmee – met andere vormen van samenwerking. De zuidkust van Schouwen-Duiveland heeft daardoor een geslaagde ‘make over’ gekregen. Begin jaren negentig maakte de Zeeuwse Milieufederatie zich sterk om hier een nieuw brak moerasgebied tot ontwikkeling te laten komen als compensatie voor de natuur die door de bouw van de Stormvloedkering verloren was gegaan.

De provincie omarmde het idee en combineerde de ontwikkeling van nieuwe natuur met het verfraaien van het landschap én het verbeteren van de omstandigheden voor de landbouw. Sleutelwoorden van het proces: een groot draagvlak, grote betrokkenheid en een gelijkwaardig niveau van samenwerking van alle betrokkenen.

Verbetering van de omstandigheden voor de landbouw. De afgegraven grond is gebruikt om aangrenzende laaggelegen percelen op te hogen. Op de landbouwpercelen rondom het natuurgebied is daardoor de ‘zoute’ kwel minder dan in het verleden.

Op Schouwen-Duiveland was het de agrarische sector die de voorzitter van de landinrichtingscommissie mocht leveren die boeren begeleidde bij de herverkaveling van gronden. Bijzonder was ook dat het openbaar bestuur – het betrokken waterschap, de gemeente Schouwen-Duiveland en de provincie Zeeland – op de achtergrond bleven en genoegen namen met een bescheiden rol als adviseur.

Waterdunen

Met de aanpak van Plan Tureluur lijkt de provincie de lijn voor de inrichting van andere deltagebieden te hebben gevonden. Op eenzelfde manier wordt nu Waterdunen – het gebied tussen Breskens en Groede – nieuw ingericht. Dit gebied van ongeveer driehonderdvijftig hectare is een van de acht zwakke schakels aan de Nederlandse kust en moet in verband met de veiligheid worden versterkt. Onder leiding van leiding van adviesbureau Royal Haskoning, die verantwoordelijk is voor het plan en de samenwerking tussen de partijen, zullen kustveiligheid, natuur en landschap hier verbeterd en versterkt worden. Als gevolg daarvan – zo wordt verwacht – krijgen recreatie en toerisme een impuls. Conform het plan komt achter de waterkering een aaneengesloten intergetijdengebied met slikken, schorren, geulen en nieuwe duinen. In het gebied verschijnen op termijn een hotel, een duincamping en recreatieverblijven die de streek sociaal-economisch moeten gaan versterken.

Waterkering, natuur en recreatie

Het bijzondere van het project Waterdunen is tweeledig. Aan de ene kant ook hier het meervoudige gebruik van de ruimte waarbij functies als waterkering, natuur en verblijfsrecreatie niet meer naast elkaar zijn geregeld, maar onderling zijn verweven. Het resultaat, nu voorlopig nog op de tekentafel: een fraai en samenhangend gebied. Vernieuwend is hier echter ook de niet traditionele vorm van samenwerking. Van meet af aan hebben provincie Zeeland, waterschap Scheldestromen, de gemeente Sluis, het Zeeuws Landschap en het recreatiebedrijf Molecaten zich laten motiveren door het eindresultaat en onderling willen samenwerken op basis van gelijkwaardigheid.

Nieuwe ruimtelijke ordeningsplannen moeten kunnen rekenen op steun van álle betrokken partijen. Dit is een complex proces dat vraagt om inzet van ‘gammakennis’ zoals sociologie, economie, communicatie en bestuurskunde.

Procesmanagement

Met vele springende kikkers in de kruiwagen staat en valt integrale gebiedsinrichting met de juiste regievoering, weet Milou de Kort, procesmanager bij Royal Haskoning Strategie en Management Consultants (SMC). Voor haar is het evident dat project- en procesmanagement steeds vaker om specifieke kennis en expertise vragen. “De complexe opgaven en het integrale karakter vragen bijna vanzelf om meer dan technische kennis alleen. Omdat de samenleving steeds meer een participatiemaatschappij geworden is, is gamma-kennis cruciaal. Dialoog op basis van waarden, vroegtijdig betrekken van publieke en private stakeholders én leren van elkaar: het zal steeds vaker aan de basis staan van een succesvol project.”

Gebiedsregisseur

Behalve bij het project Waterdunen deed Royal Haskoning SMC ook het procesmanagement bij het Natuurpakket Westerschelde. Een majeure operatie waarbij de provincie zo’n zeshonderd hectare nieuwe ‘getijden’ natuur aan de Westerschelde tot ontwikkeling wil laten komen. Als een van de procesmanagers namens de provincie Zeeland moest Milou de Kort daarvoor het pad effenen. “De uitdaging ligt altijd in het doorgronden van de complexiteit van zo’n opgave. Ik wil graag achterhalen welke verschillende, vaak tegengestelde belangen er spelen. Als procesmanager moet je partijen bij elkaar houden, ze enthousiast maken en ze begeleiden naar transparante besluiten. En het mooiste moment is dan wanneer partijen zeker zijn van hun gezamenlijke keuze en ze de belangen van anderen kunnen accepteren.”

Delta management

Voor het combineren van technisch inhoudelijke kennis met strategische en managementvaardigheden is Zeeland een proeftuin van formaat geworden. Die combinatie van beta- en gammakennis bij gebiedsontwikkeling biedt grote kansen en die worden ook gepakt. Zo start de Delta Academy van de Hogeschool Zeeland in september een nieuwe hbo-opleiding ‘Delta Management’. Het is een interdisciplinaire en internationale opleiding die ‘deltawerkers’ gaat afleveren die overal ter wereld als gebiedsregisseur en –ontwikkelaar werk moeten kunnen gaan vinden. Bij de opleiding zijn werkgevers als Rijkswaterstaat Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de ingenieursbureaus Grontmij in Middelburg en Royal Haskoning in Goes sterk betrokken. Als werkgever bieden zij studenten de mogelijkheid er hun praktijkervaring op te doen.

Exportproduct

Het combineren van kennisdomeinen rond specifieke problemen in de delta, vindt De Kort relevant en zonder meer kansrijk. “Als je kijkt naar de grote opgaven die in de komende jaren in de delta’s wereldwijd gaan spelen, zoals beheer van overstromingsrisico’s en de zoet-zout problematiek, dan zie ik hier beslist een exportproduct.” Als voorbeeld wijst De Kort op een akkoord dat begin dit jaar gesloten werd tussen Ho Chi Minh City en Rotterdam om deze Vietnamese stad klimaatbestendig te maken. Beide steden werken de komende jaren nauw samen aan een ‘deltaplan’ voor de verdere ontwikkeling van die stad en de uitbreiding van haar haven. Bij de totstandkoming van dat plan van aanpak speelde Royal Haskoning SMC een belangrijke rol.

Acte de presence

Exporteren zit in de Nederlandse genen en exportgerichte verbanden komen in Nederland relatief snel van de grond. Recent is bijvoorbeeld het Water Governance centre opgericht, een netwerkorganisatie die zich sterk maakt voor de rol van water bij ruimtelijke vraagstukken. Ook zijn er al heel wat missies naar het buitenland geweest waar de watersector steevast acte de presence heeft gegeven.

Grontmij, het bureau dat verantwoordelijk is geweest voor de inrichting van gebieden aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland en op het eiland onderzoek heeft gedaan naar de klimaatdijk, is daarbij steeds present, zegt Peter Vermeij, hoofd afdeling Waterbouw van Grontmij. “Wij richten ons sinds een aantal jaren sterk op landen in Noordwest Europa. In elk land hebben we daar dezelfde divisiestructuur waarbij we ons met name richten op gebiedsinrichting. Via projecten gebiedsinrichting in Oost-Europa, Turkije en Vietnam bouwen we daar aan onze eigen netwerken.”

Behoud en herstel van getijdennatuur (platen, slikken, schorren) is een belangrijk onderdeel van plannen voor álle Deltawateren.

Innovatiekracht

Nederlandse bedrijven zijn onderscheidend op het vlak van integrale en duurzame gebiedsinrichting. Verrassend vindt Peter van Essen, werkzaam bij NLingenieurs, de branchevereniging van ingenieursbureaus, dat niet. “Onze Nederlandse historie van co-creatie bij integrale duurzame gebiedsontwikkeling biedt in potentie een meerwaarde in kwaliteit en innovatiekracht. Daarin zijn wij onderscheidend ten opzichte van veel andere landen waar meer vanuit een enkelvoudig mandaat gedacht en gehandeld wordt. Dus ofwel overheidsgestuurd ofwel de regie volledig bij de private markt.” Voor Van Essen staat het buiten kijf dat wet- en regelgeving, communicatie, project- en procesmanagement steeds meer om gamma-kennis vragen en dat opleidingen daarin moeten voorzien. “Kennis is één, maar proces(vaardigheden) zijn een tweede belangrijke component. Maar, wat nog belangrijker is: er moeten wel genoeg studenten zijn!”

Klimaatbestendig eiland

In het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk is nog tot eind augustus een expositie te zien waar tal van oplossingen worden gepresenteerd voor klimaatproblemen. Daarbij zijn ook lokale oplossingen op Schouwen-Duiveland te zien. Deze expositie vloeit voort uit een grensoverschrijdend Europees project waarin onderzocht wordt hoe het eiland in de toekomst klimaatbestendig, economisch vitaal en ecologisch veerkrachtig kan worden.

Foto’s: tijdschrift Schouwen-Duiveland

 

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/zeeland-is-proeftuin-voor-de-export/

Geef een reactie

Your email address will not be published.