«

»

Bericht afdrukken

Mosselen: de haarlemmerolie van de delta!

Ze geven de natuur een impuls, beschermen platen en slikken en verminderen ook de belasting van de dijk. Waar zijn mosselbanken eigenlijk niet goed voor?  In de Oosterschelde wordt onderzocht of ze opnieuw weer aan te leggen zijn.

 

Tot de ramp was Zeeland de enige plek waar de mosselen vandaan kwamen. Ze werden bevist op grote banken die er toen in overvloed waren. Maar grote banken met wilde mosselen zijn er niet meer en zelfs voor mosselpercelen dreigt de delta een minder optimale plek te worden. Boosdoener zijn de Deltawerken die de kracht van eb en vloed hebben verminderd. Het getij heeft aan kracht ingeboet en daardoor wordt er nog maar amper zand op de slikken en platen geworpen. Ze blijven niet meer op hoogte, kalven af en glijden onder water. Voor mosselbanken en ook voor mosselpercelen is dat ongunstig. Zij gedijen juist daar waar het water rustig is. Verdwijnen slik en plaat, dan is er weinig beschutting en zijn de condities niet meer ideaal.

 Sterke structuur

Mosselbanken staan in de aandacht omdat ze de soortenrijkdom bevorderen en het afkalven van slikken en platen kunnen vertragen. Om een mosselbank terug te krijgen, moet er wel een substraat zijn waar mosselen zich met hun Byssusdraden aan kunnen hechten. Is dat het geval en is dat op een rustige plek, dan blijven ze liggen, hechten zich aan elkaar vast, klimmen over elkaar heen, vangen sediment in en worden een bank die sterker en sterker wordt. Op eigen kracht kunnen mosselen zo een structuur vormen die kan uitgroeien tot een rif, zegt marien  ecoloog Wouter Lengkeek die ook directeur van bureau Waardenburg is. “Het is een algemeen principe in de ecologie: je moet eerst een bepaalde drempel over en dan pas ontstaat een systeem dat zichzelf onderhouden. Een koraalrif ontstaat ook niet zo maar. Maar is er eenmaal een rif, dan kunnen nieuwe koraaltjes zich vestigen en ontstaat een sterke en blijvende structuur.”

Mosselen op de Galgeplaat Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Harry van Reeken

Scholekster

Behalve hun functie bij de bescherming van slikken en platen, heeft een mosselbank ook grote betekenis voor de biodiversiteit. Het zijn echte ‘biobouwers’ die via hun eigen structuur een prima leefomgeving voor zichzelf, maar óók voor andere dieren en planten kunnen scheppen. Op de mosselbanken valt mosselbroed en dat trekt krabben, garnalen en vogels aan. Daarnaast geeft zo’n bank ook een ‘boost’ aan de directe omgeving. Mosselen filteren het water en zorgen voor mosselpoep. Rondom een mosselbank bestaat de bodem uit een dikke slibachtige laag waar kokkels, kokerwormen en zeeduizendpoten zich te goed aan doen. Op hun beurt dienen deze bodembeestjes weer als voedsel voor scholeksters, goudplevieren, wulpen, grutto’s en kanoet die hier bij laag water massaal komen foerageren. Van onderzoekers mogen we het effect van een mosselbank niet onderschatten. Het effect ervan blijkt zelfs op een afstand van honderden meters nog merkbaar!

 Technische oplossingen

Bureau Waardenburg heeft zich toegelegd op innovaties en technische oplossingen die de menselijke schade aan de natuur kunnen herstellen. Bekende voorbeelden van die natuurbouw zijn vispassages, wildviaducten of de aanleg van een kunstmatig rif. Een relatief maagdelijk terrein is de kunstmatige aanleg van schelpdierbanken om de veiligheid en het ecologisch evenwicht te verbeteren. Naar de aanleg van deze schelpenbanken wordt zowel in de Waddenzee als in de Oosterschelde nu ruim onderzoek gedaan. “Op dit vlak moet nog veel kennis vergaard worden en expertise worden ontwikkeld. Maar ik geloof wel dat hier perspectief ligt. Mosselbanken zijn door menselijke invloed verdwenen, maar kunnen met technische oplossingen wellicht ook weer te herstellen zijn. Ik houd het voor mogelijk dat grote arealen mosselbanken op termijn weer terugkeren in de Oosterschelde.”

Biologisch afbreekbaar krat

De biologisch afbreekbare kratten zijn ontworpen door Waardenburg en gezamenlijk geproduceerd door een Nederlandse fabrikant van biopasta en het Duitse bedrijf GEA 2 H Water Technologies. De constructie heeft een open en ruwe structuur waar kleine mosseltjes veilig kunnen zijn voor zeesterren en garnalen en waar ze zich gemakkelijk aan kunnen hechten. Op termijn –zo is de hypothese- zou zo’n mosselkrat zich kunnen ontwikkelen tot een nieuwe mosselbank.

 

In het afgelopen jaar hebben Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Rijksuniversiteit Groningen en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee experimenten in de Waddenzee uitgevoerd met nieuwe ‘natuurlijke’ substraten voor mosselbanken. Een van die constructies bestaat uit takkenbossen omwikkeld met kokosmatten. Een andere constructie –een innovatie van Waardenburg-  bestaat uit lange witte en gestapelde vlechtwerken van aardappelrestanten. Zowel de takkenbossen als de biologisch afbreekbare mosselkratten hebben een jaar lang op het wad verankerd gelegen om de aangroei en het proces van afbreken van het ‘krat’ te kunnen volgen. Om een beeld te krijgen hoe de mosselkratten zich in een ander systeem zouden gedragen, installeerde Lengkeek ook een kleine proefopstelling bij Viane in de Oosterschelde.

Installatie mosselkratjes bij Ameland

 Zout water

Voor Lengkeek was dit mosselkrat een variant op een plastic ontwerp dat hij eerder in zoet water gebruikte om dat met hulp van mosselen te zuiveren. Nu zijn de kratten afbreekbaar en worden ze in zout water gebruikt. “Voor de onderzoekers en voor mij was het een volkomen verrassing wat er zou gaan gebeuren. Alles was onbekend. We wisten niet of het materiaal zou afbreken, in welk tempo dat ging gebeuren en ook niet of er zich schelpdieren aan zouden hechten.”

Een jaar na de experimenten in de Waddenzee is de conclusie dat het materiaal zwakker is geworden en afbreekt. Het doet Lengkeek vermoeden dat de kratjes voor dit soort ruige locaties minder geschikt zijn. Een andere bevinding is dat het vooral mosselen zijn die zich in en op de takkenbossen hechten en dat met name oesters de kratjes bevolken. Honderden kilometers verderop in zuidwestelijke richting constateert Lengkeek hetzelfde. In zijn mosselkrat in de Oosterschelde treft hij vooral veel oesters aan en een enkele mossel. “Ik zie ook beduidend minder aangroei van algen en zeepokken. Overigens was dat wel in lijn met mijn verwachting omdat de Oosterschelde nu eenmaal armer en schoner water heeft dan de Waddenzee.”

Experimenten met biobouwers

In de Oosterschelde onderzoeken Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten en de provincie Zeeland of natuur en veiligheid bevorderd kunnen worden door gebruik te maken van krachten en processen in de natuur. Op basis van dit ‘building with nature’ concept worden met zandsuppleties de Galgeplaat, de plaat bij de Oesterdam en de Roggenplaat opgehoogd. Bij de zandplaat bij de Oesterdam zijn oesterbanken aangelegd. Daarnaast zijn er ook experimenten met biobouwers als zeegras en banken van schelpdieren zoals mosselen, oesters en Japanse oesters.

 Litorale mosselbanken

Wat de experimenten in de Waddenzee vooralsnog hebben laten zien, is dat het erg lastig is om mosselbanken te restaureren of aan te leggen. Het onderzoek gaat echter door omdat de expertise nog in de kinderschoenen staat en er nog vele onderzoeksvragen zijn. Een onderzoek dat net van start is gegaan in de Oosterschelde is het project ‘Meer waarde met mosselen’. Een breed samenwerkingsverband van onder meer Rijkswaterstaat, de Delta Academy, het NIOZ en relevante partijen binnen de mosselsector trekt de komende vier jaar uit om onderzoek te doen naar droogvallende mosselbanken in de Oosterschelde. Een drietal vragen staat  centraal: zijn er meer of andere productielocaties voor de schelpdiersector in de Oosterschelde te creëren; kunnen mosselbanken de biodiversiteit bevorderen en kunnen ze de erosie van het intergetijdengebied tegengaan.

Substraten van kokosmatten en mosselkratten

Met het project wil Tjeerd Bouma, lector aan de Hogeschool Zeeland en senior onderzoeker bij het NIOZ, nieuwe pilots uitvoeren en nieuw onderzoek doen aan oude en nieuwe materialen. Maar met het project gaat het nadrukkelijk ook om samenwerking en synergie. De Oosterschelde is nu eenmaal een gebied met meervoudig ruimtegebruik. Dat vraagt  om het vermogen problemen niet apart, maar integraal te benaderen. Partijen als natuurorganisaties, de rijksoverheid en tal van bedrijven in de schelpdiersector hebben ieder voor zich ambities, wensen en belangen in relatie tot de mosselcultuur, de natuur en veiligheid. Bouma: “Dat vind ik het spannende en uitdagende van dit project: gebruik maken van de expertise die er bij partijen is; nagaan in hoeverre functies gecombineerd kunnen worden en onderzoeken welke functies op welke locatie realiseerbaar zijn.”

 Speculeren

Het is verleidelijk om vooruit te lopen op een mogelijke toekomstige inrichting van de Oosterschelde. Wie dat wil doen, kan te rade bij het rapport ‘Verminderd Getij’ van Rijkswaterstaat. Het rapport gaat er van uit dat schelpdierenbanken de randen van platen en slikken kunnen beschermen. Die banken zouden het meest effect opleveren op die plaatsen waar de golfbelasting hoog is. Als goede locaties worden genoemd de westrand van de Galgeplaat en de Krabbenkreek. Ook de zuidrand van de Roggenplaat en de Slikken van Viane lijken hiertoe geschikt.

 Selectief oogsten

Al met al, zo schat Rijkswaterstaat in, zou zo’n vijftig kilometer van plaat- en slikranden door oester- en mosselbanken beschermd kunnen worden. En komt het tot aanleg van schelpdierenbanken dan hebben mosselbanken de voorkeur boven banken met Japanse oesters. Mosselbanken, zo zegt Rijkswaterstaat, hebben meer voordelen: ze vormen een betere voedselbron voor steltlopers en zijn ook beter bestand tegen langdurig droogvallen. Uiteraard zullen zich ook dilemma’s voordoen. Dat betreft bijvoorbeeld de schaarste en de prijs van mosselzaad waardoor er concurrentie kan ontstaan met de mosselvisserij. Maar wellicht, zo vervolgt het rapport, kunnen schelpdierenbanken gecombineerd worden met gecontroleerde mosselkweek. Mosselbanken moeten dan wel zo groot zijn, dat selectief oogsten niet ten koste gaat van voedselschaarste voor foeragerende vogels.

Voor Bouma is de Oosterschelde een uitermate goede plek voor nader onderzoek naar de aanleg van mosselbanken. “Mosselen kunnen er uitstekend groeien maar daarnaast is er een even zo belangrijke andere conditie. Er zijn veel partijen zoals de mosselsector die alle groot belang hebben bij het verwezenlijken van de doelen die we ons hebben gesteld. Dat is een heel goede basis om in de Oosterschelde tot resultaten te komen.”

Foto’s: Beeldbank Rijkswaterstaat/Harry van Reeken

Waddensleutels

 

 

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/mosselen-de-haarlemmerolie-van-de-de-delta/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *