In het sociaal domein is nog een wereld te winnen

Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dorpen willen dat bereiken door hun inwoners meer hulp en ondersteuning te bieden. Maar hoe zorg je dat ook de meest kwetsbaren in je midden blijven?

 

Veel ouderen zijn op hun oude dag nog heel vitaal en zijn prima in staat hun zaakjes zelf te regelen. Maar valt er iemand weg, zijn mensen minder goed ter been en brokkelt de gezondheid af, dan ontstaat snel een glijdende schaal. Mensen kunnen of durven minder goed de deur uit en voor bijna alles in het buitengebied is wel een auto nodig. Wie dan niet kan leunen op een ander, heeft het zwaar. Voor velen rest in zo’n geval maar één uitweg: het huis verkopen en verhuizen naar Goes, Zierikzee of elders waar voorzieningen en hulp wel beschikbaar zijn.

oude mensen zeven

 Burgerinitiatieven

Krimp heeft de discussie over de leefbaarheid in de dorpen gestart, maar het is nog actueler geworden door ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Al jaren is de overheid bezig zich terug te trekken uit het sociale domein. Van iedereen en dus ook van ouderen wordt nu verwacht dat ze zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen en eerst zelf en met familie, vrienden en anderen moeten nagaan of dat lukt. Op veel plaatsen hebben burgers die ontwikkeling niet afgewacht en zijn zelf als collectief in actie gekomen. Dat heeft geleid tot een veelheid aan burgerinitiatieven die beogen ouderen met ondersteuning en zorg bij te staan opdat ze in hun dorpen kunnen blijven wonen zoals ze dat gewend zijn.

Met het project ‘Thuis in de Kern’ is die dynamiek ook in de dorpen van Schouwen-Duiveland gestart. Een project waarbij het niet per se gaat om nieuwe dingen te ontwikkelen, zegt Mels Hoogenboom van de welzijnsorganisatie SMWO Schouwen-Duiveland. “We sluiten aan op wat er is en wat er beter kan. Meteen daarop volgt dan de vraag of het mogelijk is om meer te gaan afstemmen en samen werken. Maar het is aan zorgorganisaties, wooncorporaties, kerken, vrijwilligers, scholen en sportverenigingen zélf om te beslissen hoe ze dat doen en waarop ze willen inzetten.”

 Zorgcooperaties

In vele kernen zijn dorpsraden, organisaties en vrijwilligers nu met activiteiten rondom ondersteuning, ontmoeting en ontspanning begonnen. Hoe een en ander gestalte krijgt en in welk tempo dat gebeurt, is plaatselijk verschillend. Zo zegt Anne van Mil van de dorpsraad van Oosterland momenteel nog niet heel veel meer extra te kunnen organiseren dan een klussendienst. In andere dorpen ligt dat weer anders. Zo heeft Dreischor behalve een klussendienst ook andere vormen van ontmoeting en hulp opgezet zoals de organisatie van een gemeenschappelijke maaltijd en een koffie-ochtend. Ook Bruinisse is op meerdere vlakken voortvarend bezig. Een aardig idee is bijvoorbeeld het plan om met de Stichting Veldsport een jeu de boules club voor senioren op te richten.

Het vliegwiel in het sociaal domein is dus aan het draaien. Dat gaat langzaam en beperkt zich vooralsnog tot het verkennen van samenwerking en de opzet van activiteiten op het vlak van welzijn. Maar ontwikkelingen kunnen snel gaan en initiatieven kunnen snel professioneler worden, zegt Sven Turnhout die als socioloog bij onderzoeksinstituut Vilans onderzoek heeft gedaan naar burgerinitiatieven in Nederland. In de afgelopen jaren zijn er in korte tijd meer dan tweehonderd tot bloei gekomen. “Voor een groot deel zijn dat zorgcoöperaties. Bij mijn weten bestaat er daarvan nog maar één in Zeeland: ‘Anna Zorgt’ op Tholen. Uit de praktijk weet ik dat initiatieven snel groter worden en opschalen. Een dorp leert en deelt kennis met een buurt of ander dorp in de directe omgeving. Dan ontstaat vaak een sneeuwbaleffect.”

 Spreekuur

In Nederland zijn er zorgcoöperaties die al jaren bestaan en die goed samenwerken met zorgaanbieders en met de gemeente. Deze coöperaties bieden coördinatie van zorg, persoonlijke verzorging/verpleging en dagopvang aan. Een deel daarvan heeft ook gezorgd voor zorgwoningen in de buurt.

Een voorbeeld daarvan is de zorgcoöperatie van Hoogeloon, een kerkdorp van zo’n 2100 inwoners dat onder de gemeente Bladel in Noord-Brabant valt. Bij die coöperatie die zo’n elf jaar geleden is opgericht, is een coördinator in dienst die hier wekelijks spreekuur heeft en bij wie mensen terecht kunnen voor persoonlijke vragen over wonen en welzijn, gezondheid, hulp in en rond het huis en persoonlijke zorgverlening.

oude mensen sociaal domein drie

Een echte game changer in Hoogeloon is de afspraak met de gemeente dat de coördinator ook als zorgloket kan functioneren voor vragen in het kader van de WMO. Wie dat wil, kan gewoon in het dorp een gesprek met deze coördinator hebben over hulp bij het huishouden of aanpassingen aan de woning.

Een ander wapenfeit is de dagopvang. Mensen die dementerend zijn of die een lichamelijke beperking hebben, moesten daarvoor lange tijd naar een locatie kilometers verderop waar ze niemand kenden. Een situatie die vergelijkbaar is met Schouwen-Duiveland. Die praktijk is in Hoogeloon ten einde nu de zorgaanbieder overstag is gegaan en dagopvang in het buurthuis verzorgt. Dat gebeurt nu meer dagen per week. Mensen kunnen dan zelf aangeven waar ze behoefte aan hebben en de coördinator bekijkt dan of dat mogelijk is en gerealiseerd kan worden.

 Opschalen naar de zorg

Op Schouwen-Duiveland is een praktijk als die in Hoogeloon nog een station te ver. Net zoals ‘Anna Zorgt’ op Tholen is begonnen, concentreren hulp en ondersteuning zich hier nu ook op diensten als vervoer, klussen in huis, maaltijden of een ontmoetingsplek. Maar verloopt de samenwerking goed, zijn er voldoende ‘trekkers’ en is er ook ambitie en bestuurlijke kracht, dan ligt het volgens onderzoekers in de rede dat er op enig moment opschaling plaats vindt. Het domein van de zorg komt dan in beeld, met andere rollen en inbreng van professionele organisaties, lokale ondernemers en gemeentelijke diensten. Wederom is Anna Zorgt daar een goed voorbeeld van. De coöperatie heeft nu een eigen zorgloket in het dorp.

Net als op veel andere plaatsen, moet ook op Schouwen-Duiveland de dynamiek nog grotendeels beginnen. Toch getuigt het van potentie en perspectief dat er in deze fase door sommige kernen ook al wat verder gekeken wordt. Mels Hoogenboom proeft soms wat onrust, maar dat kan juist ook positief zijn. “Thuiszorg is in de meeste dorpen niet zo’n probleem. Maar wanneer je zorg nodig hebt, die er thuis niet is, dan wordt het anders: misschien moeten mensen dan wel weg. Voor een aantal dorpen is dat een punt van zorg aan het worden. Wat kunnen we nou doen om mensen die échte zorg nodig hebben op het dorp te houden? Dat worden wel de vragen van aankomend jaar.”

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/in-het-sociale-domein-is-nog-een-wereld-te-winnen/

Geef een reactie

Your email address will not be published.