«

»

Bericht afdrukken

Gloort er toekomst voor de herder en zijn kudde?

Waar ze hebben gelopen, verdwijnt berenklauw en keert knikkende distel terug. Eigenlijk is er geen betere natuurbeheerder dan een herder en zijn kudde.

In het toeristenseizoen is er altijd iemand die de herder vergezelt. Dat is nodig, zegt Klaasjan van der Kolk. “Niet zozeer om de schapen te helpen hoeden, maar vooral om het publiek te informeren. Mensen reageren altijd erg enthousiast wanneer ze plotseling een schaapskudde zien. Het is leuk wanneer je dan de tijd hebt en een praatje kunt maken.”

Stadswallen

Met zo’n driehonderdvijftig schapen begraast de kudde van begrazingsbedrijf Weideliene uit Ellewoutsdijk de duinen, dijken, schorren en oevers van de Zeeuwse en Zuidhollandse eilanden. Hun Vlaamse kuddeschapen en Drentse Heide-schapen grazen in de natuur, maar even vaak staan ze ook op de stadswallen in Hulst of het stadspark in Vlissingen. “Het is afhankelijk van je opdracht maar in principe kun je schapen op bijna elk terrein inzetten om daar de vegetatie kort te houden of lastig groen als akkerdistels, berenklauw of Amerikaanse vogelkers te verwijderen.”

 

Investeren

Schapen en schaapskudden horen bij Zeeland. Al van oudsher lopen ze op de schorren en dijken en leveren de bevolking wol, vlees, melk en andere zuivelproducten. Schapen staan nog steeds op de dijk, maar een gescheperde kudde –een kudde met een herder– wordt steeds meer een curiosum. Crisis en bezuinigingen eisen hun tol: de provincie heeft geen geld meer en ook natuurorganisaties houden de hand op de knip. Zo draagt bijvoorbeeld Staatsbosbeheer niet meer bij aan de schaapskudde met herder die in Tholen is begonnen. “We hadden in ons hoofd om enkele jaren in die kudde te investeren zodat deze van de grond kon komen en de kosten wat zouden kunnen worden teruggebracht, ” zegt Camiel Beijersbergen, beheerder bij Staatsbosbeheer. “Maar verhoudingsgewijs kostte het ons te veel. Nu maaien we onze dijken zelf en voeren het groen ook zelf af.”

Slakken en insecten

Voor een schaapskudde zijn bloemdijken als die op Zuid-Beveland en Tholen de ideale plek. Op deze dijken waar runderen zich amper staande kunnen houden, bewegen de lichte schapen zich gemakkelijk. Op de warme, kalkrijke gronden houden ze het gras kort, grazen akkerdistel, berenklauw en vogelkers weg en geven zo kruiden en bloemen alle ruimte om te groeien. Met hun hoeven, via hun vacht en via hun mest verspreidt een rondtrekkende kudde zaadjes, slakken en insecten. Daarmee bevorderen schapen de soortenrijkdom.

Daar waar gegraasd wordt, is het te zien. Brandnetel, grassen en berenklauw hebben er plaats gemaakt voor wilde marjolein, knoopkruid en kruisdistel. Op sommige plaatsen zijn ook tijgerspin en horzelvlinder weer terug. Al met al zorgt deze extensieve begrazing voor unieke en bloemrijke dijken die in de zomer zeer in trek zijn bij fietsers en wandelaars.

Verplaatsbaar raster

Aan deze vorm van natuurbeheer draagt Natuurmonumenten bij. Maar ook hier wordt op de kleintjes gelet. Zo heeft de organisatie met begrazingsbedrijf ‘Weideliene’ nu een goedkopere manier van begrazing afgesproken dan hoeden met een kudde. Het is er één geworden waarbij de kosten van de herder zijn weggeschrapt. “In plaats van een gescheperde schaapskudde komt de kudde nu langs in een verplaatsbaar raster,” zegt Van der Kolk. “Het is een vorm van beheer die concurreert met maaien en afvoeren en daarmee voor de opdrachtgever goedkoper is.” Diep in zijn hart had hij natuurlijk wel willen ‘scheperen’ maar onder de huidige omstandigheden is dat gewoonweg niet aan de orde. “Wij noemen dit nu milieu- en natuurvriendelijk maaien en afvoeren door de inzet van schapen.”

Kostenverhaal

Op Schouwen-Duiveland zijn geen bloemdijken. Schapen grazen er op de zeedijk of andere percelen, maar altijd binnen rasters en steeds op basis van pacht. Nergens, en ook niet op de zeshonderd hectare nieuwe natuur aan de zuidkust, loopt een kudde met een herder en een hond. René Wink, boswachter en beheerder bij Natuurmonumenten, vindt het lastig te beoordelen of dit gebied wel een gescheperde kudde zou kunnen hebben.

Voor een deel is het ook een kostenverhaal, zegt hij. “Deze oude landbouwgebieden zijn verpacht aan boeren die er nu hun runderen laten grazen. Die inkomsten zijn voor ons erg belangrijk.” Daarnaast zijn er ook risico’s. “In dit soort gebieden zou je kunnen overwegen de percelen eerst door runderen en daarna door schapen te laten begrazen. Schapen zetten het gras kort en dat is weer prettig voor de ganzen. Maar dat doen we niet. Vanwege ziektes en voedselveiligheid moet je oppassen met contacten tussen verschillende grazers. Om het gras kort te krijgen, maaien boeren nu vaak aan het eind van het seizoen nog hun perceel.”

Mozaïek

In Nederland, maar ook in Zeeland zal de oppervlakte aan open terrein de komende jaren toenemen. “In al die gevallen gaat het om minder geschikte landbouwgronden die een hoge toeristische en dus economische waarde bezitten, en ook een hoge biodiversiteit kennen”, zegt Bart Boers, die onderzoek heeft gedaan voor Alterra (het kennisinstituut van de Universiteit van Wageningen) en jarenlang beheerder van Nationaal Park de Hoge Veluwe is geweest. Voor hem is het duidelijk dat de meest kosteneffectieve wijze van beheer van deze landschappen een of andere vorm van begrazing zal zijn. Extensieve begrazing heeft daarbij de grote voorkeur.

“Wanneer het gaat om de bevordering van de soortenrijkdom, dan geeft begrazing via rasters geen goede resultaten. Een rasterkudde graast meestal intensief waardoor er onvoldoende mozaïeken in de vegetatie ontstaan. Het gevolg is dat er minder mogelijkheden voor plant- en diersoorten zijn en met name in Natura 2000 gebieden is dat niet de oplossing. Gehoede begrazing, veelal met schapen, levert een veel beter resultaat op.”

Wat levert een schapenbedrijf op?

Herders grazen op gronden van anderen. Zonder de grond in de berekening van de bedrijfsvoering mee te nemen, berekent Alterra (het kennisinstituut van de Universiteit van Wageningen) dat een schaapskudde een negatief saldo oplevert van rond de € 350 per hectare. De bedrijfskosten bedragen

€ 450 per hectare en de bedrijfsopbrengsten € 100 per hectare. Kijken we alleen naar de vaste kosten, dan bedragen bijvoorbeeld de schaapskooi en bijgebouwen € 25 per hectare, de machines en werktuigen € 20, de inventaris en rasters € 30 en kost de herder € 150 per hectare.

Maatschappelijke baten

Een schaapskudde die rondtrekt heeft een waaier aan maatschappelijke baten. Behalve een cultuurhistorische waarde, een betekenis voor natuurbeheer, biodiversiteit, landbouw en het streekproduct, geven schaapskudden inwoners en vakantiegangers ook de mogelijkheid Zeeland te ‘beleven’ zoals het is en zoals het vroeger was. Deze belevingswaarde is actueel en belangrijk voor een sector als recreatie en toerisme die vandaag de term ‘beleving’ hoog in het vaandel voert en actief op zoek is naar mogelijkheden om daar inhoud aan te geven.

Mogelijkheden

Nog onlangs riep het eigen vakblad de branche op veel actiever te worden op het vlak van natuur en natuurbeleving. Ondernemers in de recreatie hebben op dit vlak veel mogelijkheden stelde Rob van Schijndel, adviseur ecologie bij Grontmij. Die mogelijkheden zijn er nu politiek en natuurorganisaties minder willen of, beter gezegd, minder kunnen investeren in de bevordering van biodiversiteit. Voor de sector is ruimte om zich op dat vlak te profileren, zo stelde hij.

Route langs parken

Zo’n kans –de sector kan er ook zijn maatschappelijke betekenis mee laten zien– zou de adoptie van een gescheperde kudde kunnen zijn. Een kudde die niet alleen oevers, akkerranden en natuurgebieden aandoet, maar bijvoorbeeld ook langs recreatieparken en campings komt. Ed Troost, voorzitter van Recron Schouwen-Duiveland, vindt het een leuk idee mits het meerdere jaren stand kan houden in financieel opzicht. Met het oog op de barre tijden van nu, moet hij ook reëel zijn. “We hebben zeer beperkte middelen. De praktijk geeft aan dat de mogelijkheden voor dit soort activiteiten in deze crisis nu toch zeer moeilijk te vinden zijn.”

Toekomst van de schaapskudde

In 2013 verandert het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de Europese Unie. Op grond van die wijziging mogen boeren op 7 procent van hun bedrijfsperceel niet meer telen. Deze oppervlakte (waar ook landschapselementen toe lijken te worden gerekend) moet worden ingericht als zogenoemd ecologisch aandachtsgebied: land dat braak ligt, landschapselementen, ruigtestroken of beboste percelen. Wat er precies gerekend wordt onder deze landschapselementen (houtwallen, dijken, bermen) is nog onduidelijk, maar dat hier kansen liggen voor bedrijven in extensieve begrazing, dat is zeker.

 

Foto’s: Klaasjan van der Kolk

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/gloort-er-toekomst-voor-de-herder-en-zijn-kudde/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *