‘Flexibel blijven, want kansen zijn er ook!’

Voor Baert in Koewacht, Vervaet uit IJzendijke en Van der Wekken uit Brouwershaven is het doek gevallen. Toch blijven de vooruitzichten voor het agrarisch loonbedrijf goed.

“Onderdelen, personeel en machines: het is allemaal duurder geworden. Vergeet daarbij natuurlijk niet de btw-verhoging en de enorme stijging van de brandstofprijs.” Net als voor elk ander loonbedrijf staan ook bij Jan (Willem) van de Velde uit Kerkwerve de marges onder grote druk. Vooralsnog leidt dat bij zijn loonbedrijf met elf personeelsleden niet tot een sanering zoals enkele kilometers verderop bij Van der Wekken. “Ik denk dat het perspectief voor loonbedrijven nog steeds goed is”, zegt hij. “Maar je moet wel op je kosten letten en goede investeringen doen. Als je tijdig investeert in goede machines en ook goede vakmensen hebt, dan hoeft er nog niks aan de hand te zijn.”

Overcapaciteit in agrarisch loonwerk

Agrarisch loonwerk is een relatief stabiele sector, maar wel een met een gemiddeld gesproken laag rendement. Dat heeft goeddeels te maken met de hoge investeringen in machines. Loonbedrijven werken met gespecialiseerde machines. Terugverdienen is een zaak van lange adem omdat veel zaai-, rooi- en oogstmachines alleen in piekperioden worden ingezet. Behalve hoge investeringen heeft de sector te kampen met overcapaciteit en oplopende kosten. Het heeft allemaal een uitwerking gekregen in relatief lage uurtarieven. Zo kan een bedrijf dat vandaag de dag met vakkundig personeel en machines van tienduizenden euro’s voor komt rijden, niet meer rekenen dan het tarief van de huisschilder!

Brandstofprijzen

Van alle kosten die loonbedrijven maken, zijn arbeidskosten substantieel. Ze bedragen zo’n 40 procent van de netto omzet zegt Maurice Steinbusch, secretaris agrarisch loonwerk van brancheorganisatie Cumela Nederland. “Ze zijn substantieel, maar in de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven.” Een andere kostenpost –de afschrijving van machines- laat een wat dalende trend zien, zegt hij. “Een indicatie dat ondernemers investeringen uitstellen en langer doorwerken met bestaand materieel.” Wat in het oog springt, zo stelt Steinbusch, dat is de stijging van de brandstofkosten. “Als percentage van de bruto marge bedroegen deze in 2000 nog 9 procent. In 2011 zijn ze voor agrarische loonbedrijven gestegen naar ongeveer 14 tot 16 procent van de netto omzet.”

Rode diesel

Over het vorig jaar tonen de eerste cijfers een lichte verslechtering. Begin dit jaar kreeg de sector een nieuwe tegenslag vanwege het wegvallen van het accijnsvoordeel van rode diesel. Tot dit jaar konden machines en voertuigen voor agrarisch werk en grondverzet op diesel rijden die achttien cent goedkoper was dan gewone diesel. De overheid heeft dat voordeel teruggedraaid en daarmee loonbedrijven voor een nieuw dilemma geplaatst: rekenen we deze verhoging door of niet? “Wij hebben het gedaan, maar gedeeltelijk”, zegt Erik Wisse uit Meliskerke. “In deze tijd moet je heel scherp naar je bedrijfsvoering en kostprijzen blijven kijken. We hebben een bedrijf met acht personeelsleden en werken nu soms onder of dicht tegen de kostprijs. We proberen door slimme oplossingen efficiënt werk te leveren voor onze klanten en de omzet op peil te houden. Jammer dat de overheid ons steeds kostenverhogingen oplegt. Nu willen ze weer verplichte kentekens voor trekkers en machines introduceren. Dit zijn kosten voor een loonbedrijf waar je niks aan hebt, maar die je wel moet betalen.”

Bijblijven en aanpassen

Wisse heeft in de loop der jaren belangrijke investeringen gedaan en versterkte daarmee haar positie in de markt. “Wij hebben ons bedrijf ingericht op situaties met slecht weer en slechte omstandigheden. Hierdoor kunnen we langer blijven werken wanneer het werk af moet.”
‘Bijblijven’ en ‘aanpassen’ is het devies. Wisse kan nu bijvoorbeeld ook tijdens natte perioden het land op waar dat machines op banden vaak niet meer lukt. “In de natte laatste maanden van vorig jaar hebben we rupsbanden onder de bietenmachine aangebracht. Met een dieplader zijn we daarmee ook naar Schouwen-Duiveland gereden. Met rupsen kun je niet alleen de akker op, je beschadigt de structuur van de bodem ook veel minder. De bodemlaag wordt wel ingedrukt, maar de minimale verdichting blijft beperkt. Met rupsen vermindert de druk tot wel 60 procent.”

Loonbedrijf moet machines steeds verbeteren

Het materieel waarmee loonbedrijven werken, wordt voortdurend verbeterd. Die innovaties zijn te zien bij een specialist als Louis Verburg uit Nieuwerkerk. Verburg levert bijvoorbeeld een Grimme Tectron rooimachine die automatisch rijdt en in rechte lijn. Al rijdend –en dus zonder tijdsverlies- lost de machine aardappelen vanuit de bunker op een meerijdende kipwagen. De machine rijdt op rupsbanden waardoor er minimale verdichting optreedt en er altijd gewerkt kan worden. Moet de machine anders worden ingezet, dan kan dat. Via een snelwisselsysteem kan de machine binnen enkele uren overschakelen van ‘aardappelen rooien’ op ‘uien oogsten.’

DSC_0115Adviesrol

Technische vernieuwingen en het combineren van arbeidsgangen: ze verhogen de inzetbaarheid en efficiency en zorgen voor tijdwinst en kostenbesparing zegt Steinbusch. “Voor die pluspunten zijn opdrachtgevers natuurlijk zeer gevoelig. Aan loonbedrijven is het dan ook de uitdaging op dat vlak te investeren en concurrerend te blijven. Waar behalve goede dienstverlening ook behoefte aan is, dat is advies. Ik denk dat de adviesrol van het loonbedrijf steeds belangrijker wordt.”

Marges blijven onder druk

Steinbusch maakt zich geen zorgen om het agrarisch loonwerk. Dat blijft een relatief stabiele sector omdat landbouwgrond in productie blijft voor voedsel en agrarische grondstoffen. Maar de marges blijven voorlopig wel onder druk staan, voorziet hij, ook in een sector als het grondverzet. “Investeringen in woningbouw en infrastructuur zullen laag blijven vanwege krimpende budgetten. Aan de andere kant denk ik dat er wel meer werk in cultuurtechniek zal komen. Het verbeteren van de waterhuishouding, het opwaarderen van dijken, het bergen van water en het scheppen van ruimte voor de natuur zijn en blijven belangrijke issues voor de overheid. Maar ook dit is uiteraard afhankelijk van beschikbare budgetten.”

Akkerbouw wordt grootschalig

Sinds 2000 is het aantal akkerbouwbedrijven in Nederland met zo’n twintig procent afgenomen tot bijna twaalfduizend. In deze jaren is de hoeveelheid landbouwgrond met zo’n vier procent verminderd en is de productiviteit, gemeten naar de opbrengst, zo’n dertig procent gestegen. Bedrijven worden groter met dezelfde of minder inzet van arbeid. De vraag daarbij is of dat nadelig is voor het loonbedrijf? Immers, grote boeren zouden in toenemende mate zelf hun machines kunnen kopen om het land te bewerken. “Die neiging om bij schaalvergroting zelf te gaan mechaniseren, is er wel maar dan moet het areaal wel groot genoeg zijn om oogstmachines voor uien, bieten en aardappelen volledig te kunnen benutten. Of dat in Zeeland altijd de situatie is, betwijfel ik,” zegt Steinbusch. Wisse denkt dat het vooral een ontwikkeling is die zich op Zeeuws-Vlaanderen voordoet. “Wij zijn actief op Walcheren en daar zie je dat niet. Daar zitten voornamelijk kleinere bedrijven.” Voor Van der Wekken is die opkomst van grootschalige landbouw een van de redenen geweest waarom hij zijn loonbedrijf heeft moeten saneren, vertelde hij onlangs bij Omroep Zeeland. Toch ziet collega Van de Velde uit Kerkwerve grootschalige landbouw niet direct als risico. “Wanneer een boer zelf machines gaat kopen, dan moet hij ook personeel gaan aannemen en dat is kostbaar. Inschakeling van een loonbedrijf blijft in veel gevallen interessanter.”

Goed perspectief loonwerk blijft

Inschakeling van een loonbedrijf, ook bij grootschalige landbouw, heeft zo zijn voordelen. Door in zee te gaan met een loonbedrijf weet een opdrachtgever namelijk altijd dat het werk professioneel gedaan wordt. Dat wil zeggen: met vakkundige mensen en met materieel dat op dat moment het meest geschikt is voor het werk. Die kwaliteit is een gegeven. Kan een loonbedrijf daar namelijk niet aan voldoen, dan is er de tucht van de markt en gaat de klus naar een ander.
Ook wanneer een landbouwbedrijf klein is, kan inhuren de beste oplossing zijn, zegt Steinbusch. “Veel agrariërs kunnen niet alleen rond komen van het eigen bedrijf en vullen dat aan met extra inkomen. Ze hebben een minicamping, verwerken producten op het bedrijf, hebben een deeltijdbaan of produceren energie. Door inzet van loonwerk kunnen zij deze activiteiten tot ontwikkeling laten komen.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERAPositief

Naar schatting telt Nederland zo’n drieduizend loonbedrijven die actief zijn in groen, grond en infra. Op Schouwen-Duiveland zijn dat er zo’n twintig tot vijfentwintig. Veelal gaat het hierbij om familiebedrijven die zich van oudsher bezig houden met het verhuren van machines en mensen op het brede vlak van ploegen, zaaien, bemesten tot en met het oogsten. In de afgelopen decennia hebben deze bedrijven hun werkzaamheden verbreed en zijn ook activiteiten gaan doen in cultuurtechniek, grond-, weg- en waterbouw en distributie en verwerking van meststoffen. Steinbusch: “In de regel gaat het hier om bedrijven die een grote gebiedskennis hebben en die flexibel, oplossingsgericht en positief zijn ingesteld.”

Biobased economy

Op die flexibiliteit en ondernemingsgeest zal het in deze moeilijke jaren aankomen. Daarbij dienen zich kansen aan. Steinbusch: “Een ervan is de ontwikkeling van de biobased economy waarbij aardolie in de chemische industrie op de langere duur vervangen wordt door plantaardig materiaal. Het is interessant om te zien of en hoe Zeeland en Schouwen-Duivenland gaan inspelen op de vraag naar groene grondstoffen vanuit afnemers uit Rotterdam, Terneuzen en Bergen op Zoom /Roosendaal.”

Biomassa voor verbranding

Een bedrijf dat vrij vroeg die markt heeft betreden is Ecoservice Europe in Oostburg. Dit bedrijf begon ooit als landbouw- en loonbedrijf en voert nu in heel Europa opdrachten uit op het brede vlak van agrarisch loonwerk, transport en handel en opslag in alle soorten meststoffen. Een van de succesvolle nieuwe speerpunten is de afname en levering van vaste en vloeibare biomassa aan installaties voor bioverbranding, waterzuiveringen en vergisting. Jaarlijks verhandelt en transporteert het bedrijf nu meer dan honderdduizend ton biomassa naar binnen- en buitenland. Ecoservice Europe biedt inmiddels werk aan 40 FTE en is bezig met het ontwikkelen van nieuwe markten waaronder de import van biomassa houtpellets uit Canada. Kansen zijn er volop, zegt directeur Wilfried Nielen. “Je moet ze wel grijpen en bereid zijn buiten de gebaande paden te treden.”

Foto’s: Cumela Nederland

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/flexibel-blijven-want-kansen-zijn-er-ook-4/

Geef een reactie

Your email address will not be published.