Een duinvallei als atelier

“In mijn werken stroomt het water, waait de wind, groeien de planten en bewegen mens en dier,” zegt Marinus van Dijke. Om die dynamiek te ervaren, gaat hij geregeld naar een plek in de duinen om te zien wat zand, lucht, wind, regen en tijd er hebben veranderd. “Die stuifvallei is eigenlijk mijn gereedschapskist geworden. Er zit een handgreep op waarmee ik om kan gaan.”

Het atelier van Marinus van Dijke staat in zijn tuin aan de Hogezoom in Burgh-Haamstede. In rekken staan doeken en in bestekkasten liggen foto’s, tekeningen, kopieën, schetsen en ander werk. Ergens midden in de ruimte ligt een geordende stapel van losse bladen, inkt, acryl, potlood en computerprints op papier. “Door het blad na blad te filmen, sla je ze om -net als in een boek – en maak je jouw verhaal. Dat ‘bladeren’ is een handeling die door het steeds andere uitzicht een gelijkenis vertoont met wandelen.”

Van binnen naar buiten

Met hoogtelijnen op de muur en kunstenaarsboeken in de vitrine lijkt de werkplaats van Marinus van Dijke vooral de plek te zijn waar zijn werk technisch tot stand komt. De plek waar de kunstenaar begeesterd en geïnspireerd raakt, ligt hier eigenlijk niet. Dát laboratorium bevindt zich honderden meters verderop. Zo’n vijftien jaar geleden besloot Marinus van Dijke zijn atelier naar buiten te brengen. Aanleiding daartoe was een nieuwe vloer in zijn atelier. “De vloer moest open en er kwam duinzand onder vandaan. Voor mij was het een eye-opener. Het inzicht was er dat ik niet ‘buiten naar binnen’ moest halen, maar ‘binnen naar buiten’. Mijn atelier moest buiten zijn.”

Het veranderlijke

Van Dijke is gefascineerd door het vergankelijke en kwetsbare in de duinen. Om dat thema goed te kunnen onderzoeken, heeft hij sinds 1996 een duinvallei gekozen.

Marinus van Dijke. De duinvallei inspireert hem en is daardoor zijn ‘atelier’ geworden.

Een dynamisch, maar ook kwetsbaar en kleinschalig gebied dat omringd wordt door liguster, vlier en duindoorn. “Ze vormen een barrière en zorgen ervoor dat het gebied besloten is. Voor mij is het een heldere en beheersbare plek waar ik me kan concentreren op allerlei veranderingen. In het begin was ik er vaak, soms wel drie keer in de week. Nu is het wisselend en ben ik er soms maanden niet. De ene keer ga ik er heel gericht heen om iets op te meten of te tekenen. Een andere keer heeft het geregend of gesneeuwd en wil ik zien wat daardoor is veranderd. Als ik er ben, dan schilder, film en fotografeer ik. En van elk bezoek maak ik een klein verslagje. Daarbij noteer ik ook de datum en de route die ik in het gebied heb afgelegd.”

Om ontwikkelingen nog beter te kunnen bestuderen, heeft hij de laatste jaren zes kwadraten uit de plek genomen waar hij processen nauwgezet volgt. Inmiddels heeft dat in films, reliëfs, grafiek, schilderijen, foto’s en op papier zeer gevarieerd en creatief werk opgeleverd.

Zand

Als zoon van de vuurtorenwachter van Haamstede is het gebied hem bekend omdat hij er als kind altijd speelde. Door de ontdekking van de vallei is het duingebied nu ook een heus atelier geworden. Zo inspireerde de plek hem een jaar later al tot het werk ‘duinzand onder invloed van twee windrichtingen’. Het object, onderdeel van de tentoonstelling ‘VerPlaatsen’ in de Paviljoens in Almere, bestond uit twee ventilatoren aan weerszijde van een berg duinzand die om beurten ribbels en patronen in het zand bliezen. Duinen, wind, zand en licht zijn hierna voortdurend onderwerp van zijn creaties. Zo heeft hij kunstenaarsboeken gemaakt met titels als ‘Blowing through’ en ‘Blowing round’ waarin hij beeld na beeld registreert hoe duinzand op een zwarte plaat verstuift onder invloed van de wind. Deze boeken zijn permanent te zien bij Johan Deumens Gallery in Haarlem. Ook op andere plaatsen heeft Van Dijke geëxposeerd. Behalve de Paviljoens in Almere was dat onder meer in de Bewaerschole in Burgh-Haamstede, Galerie Wit in Wageningen, AkkuH in Hengelo, Sub urban video lounge in Rotterdam, Galerie Galerij in Zierikzee en Galerie Van Den Berge in Goes.

Klaproos.

Sporen

Eén van die processen die hem bezighouden, zijn de sporen op zijn plek. Sporen van een vogel, een ree en van een mol, maar ook sporen die hijzelf maakt. “Het gaat me om daadwerkelijke sporen maar ook om een abstractieniveau hoger: het vastleggen van historie en toekomstverwachtingen.”

De wandelingen die hij op zijn plek maakt, zijn het materiaal voor een bijzonder soort ‘kunstenaarsboeken’ geworden. Bij thuiskomst reconstrueert Van Dijke elke wandeling. Hij doet dat door met behulp van een hoogtelijnen kaart zijn route met een rood potlood op een transparant vel na te tekenen. Gebundeld in een doorzichtig boek zijn die wandelingen in één oogopslag te volgen en daardoor ontstaan in wezen de contouren van de plek.

Wandelingen in de duinvallei

Geschiedenis

Al werkende in de duinen heeft hij ervaren hoezeer zijn plek verandert. “Je ziet veranderingen in uren, in dagen, maar ook over langere tijd. Zelf ben ik in het archief gaan kijken om daar wat meer over te weten en kwam bijvoorbeeld luchtfoto’s uit de jaren vijftig tegen. Dan zie je dat de plek helemaal begroeid was.” Op zo’n zoektocht naar wat is geweest, stuitte hij op een artikel in het blad ‘Buiten’ van maart 1911 waarin fotograaf F.F.P. Bins een duinwandeling op Schouwen beschrijft. Bins maakte deze in de zomer van 1910 met hoteleigenaar Jan Bom. Bins was fotograaf en redacteur en maakte in die tijd veel fotoreportages van het Nederlandse landschap en haar bewoners. “Ik kwam toen op het idee die wandeling te reconstrueren en die honderd jaar later opnieuw te lopen.”

Een reconstructie

In gezelschap van een historisch geograaf, enkele kunstenaars en mensen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten is dat vorig jaar gebeurd. Terugkijkend vindt Van Dijke het bijzonder en verrijkend om een hele dag op te trekken met mensen die ieder vanuit een eigen optiek naar landschap en planten- en dierenleven kijken. “Je kijkt heel intensief naar zaken waar je anders aan voorbij zou gaan.”

Zelf vond hij fascinerend om stil te staan bij die grote controverses in tijd en landschapstype. “Probeer je voor de geest te halen dat het hele duingebied in 1910 stuifduin was. Het was een ongerept en ongebaand gebied van los zand, van woestenij en avontuur. Ik vond het spannend om te ervaren hoe zeer dat prille gebied van toen contrasteert met het beheerste gebied van nu.”

Tentoonstelling

Deze historische wandeling is nu het onderwerp van een boekje geworden dat 22 oktober als 137ste deeltje van de slib-reeks verschijnen zal. In het boekje –een object in drie deeltjes met kaarten– vergelijkt Van Dijke de wandelervaring van nu met die van toen. In het middendeel geeft hij een impressie van de veranderingen in de periode daartussen. Geheel in stijl wil Van Dijke het boekje daar presenteren waar het ook ontsproten is. “Op die dag ga ik met een groep belangstellenden met de bus vanuit Middelburg naar Haamstede om daar het duingebied in te gaan. Vervolgens heb ik Kester Freriks, schrijver van ‘Verborgen Wildernis’, gevraagd om hier zijn verhaal te doen.”

Reconstructie van de duinvallei.

Hoogtegetallen

Na de presentatie van het boekje gaat de reis terug naar Middelburg voor de opening van de tentoonstelling in De Kabinetten van De Vleeshal.” Met de presentaties in de ruimte die daar plaats zal vinden, wil Van Dijke bezoekers deelgenoot maken van de veranderingen die zich in het duingebied hebben voltrokken. “Ik leg nu verschillende gegevens uit verschillende periodes van dat gebied op elkaar. Dat gebeurt onder andere door op de wand hoogtegetallen van de kaartgegevens van toen en van nu over elkaar heen te tekenen en de getallen van de oudere kaartgegevens weer te vervagen. Samen met de kijker loop je dan door het gebied en zie je hoe het verandert.”

Informatie: www.marinusvandijke.nl

Eerder verschenen in Tijdschrift Schouwen-Duiveland, herfst 2011

Foto’s: Marinus van Dijke

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/een-duinvallei-als-atelier/

Geef een reactie

Your email address will not be published.