«

»

Bericht afdrukken

Dijkverbetering en natuur gaan hand in hand

Werken aan de zeewering

Een waterbouwkundige en een bioloog bij de verbetering van de Zeeuwse dijken: wordt dat geen hommeles? Waar de een harde, slijtvaste materialen wil, gelooft de ander juist in zachte en ruwe steen. En zelfs over het dijktalud lopen de meningen uiteen: hoog of toch maar liever glooiend zodat getijdepoeltjes kunnen ontstaan? Toch kunnen veiligheid en ecologie heel goed samen, zegt Joris Perquin van het Projectbureau Zeeweringen.

Dijken moeten het water buitendijks houden en het land tegen overstromen beschermen. Ze moeten hoog zijn, maar ook sterk omdat ze golfaanvallen moeten weren. Voor Zeeland heeft de Wet op de Waterkering een veiligheidsnorm van 1 op 4000 vastgesteld. Het betekent dat de zeewering zo sterk moet zijn dat ze een superstormvloed die gemiddeld eens in de 4.000 jaar voorkomt, kan weerstaan.

Veiligheid heeft voorrang

Aan die veiligheidsnorm heeft het Projectbureau Zeeweringen, het samenwerkingsverband van Rijkswaterstaat Zeeland en de Zeeuwse waterschappen, een forse kluif. Op haar schouders rust de verantwoordelijkheid de dijken te verbeteren en te herstellen. Gestart in 1996 en met einddatum 2015 is de organisatie druk doende zo’n 150 kilometer dijk aan de Wester- en 175 kilometer aan de Oosterschelde te voorzien van een zwaardere bekleding. Betonzuilen, betonblokken en lagen breuksteen, soms afgegoten met asfalt, komen op de dijk.

Met die opdracht is het niet moeilijk een beeld te krijgen van een kilometers lang saai talud van stenen waar flora en fauna geen kans meer krijgen. Maar wie dat gelooft, moet maar gauw naar Zeeland komen”, zegt omgevingsmanager Joris Perquin strijdlustig. “Ik wil geen misverstand: de veiligheid heeft hier absolute voorrang. Maar samen met het herstel van de dijk investeren we hier ook fors in natuur. En meer dan we wettelijk verplicht zijn.”

Zoutmelde

Boven aan de dijk bij Hoofdplaat laat hij het zien. Hoog op het talud aan de Westerschelde heeft zeevenkel, gewone zoutmelde en zeeraket zich aan de stenen dijk gehecht. Het is typische zoutvegetatie en kenmerkend voor Zeeland. Bij het herstel en de verbetering van het dijkvak verdwenen ze om nu weer terug te keren. Het geheim zit in de speciale dijkbekleding: geen hard, ondoorlaatbaar materiaal, maar ‘zachte’ stenen met een open en ruw oppervlak waar de planten zich gemakkelijk aan kunnen hechten.

Zoutvegetatie keert terug op de dijk bij Hoofdplaat

Die aanpak is kenmerkend voor de gehele zeewering aan deze wateren zegt Perquin. “Bij elk dijkvak dat we onder handen nemen, inventariseert de dijkbeheerder de zoutvegetatie en wieren. Bij de nieuwe bekleding kiezen we dan die ondergrond die deze vegetatie laat terugkomen of liever nog stimuleert om zich verder te ontwikkelen.”

Eco-toplaag

Voor een bioloog is er geen plaats op de dijk zo interessant als dat deel van het talud dat onder invloed van het getij staat. Het is de zone van eb en vloed die van de teen van de dijk, ofwel de zogenaamde kreukelzone, oploopt tot grofweg het benedentalud. Van oudsher ligt hier een ecologisch interessante bekleding. Stortingen met traditionele materialen als basalt en natuursteen hebben hier voor holtes en spleten gezorgd. Het zijn materialen die sterk zijn en de golfoploop meer bemoeilijken dan een glad talud van asfalt, gras of een waarin de stenen keurig naast elkaar gezet zijn.

Juist door die rommelige storting is het een ecologisch belangrijke zone geworden waar wieren, krabbetjes, schelpdieren, zee-anemonen, zee-anjelieren, alikruiken en zeepokken zich ophouden. Ook hier leveren leefgemeenschappen en soorten niet in bij het verstevigen van de dijk, zegt Perquin. “We zorgen voor een steenzetting van bijvoorbeeld betonzuilen en hydroblocken met een speciale eco-toplaag. Bovenop zijn ze afgestrooid met een kleine open laag stortsteen of lavasteen. De openingen tussen de grindkorrels en het lavasplit zorgen ervoor dat de begroeiing zich goed kan hechten. Daar waar je in de intergetijdezone bijvoorbeeld veel aangroei van bruinwieren ziet, is het materiaal gebruikt.”

Wieren hechten beter op de nieuwe bekleding

Pionieren en experimenteren

Bij de versteviging van de dijken geldt de Wet op de waterkering. Voor de bescherming van natuurwaarden aan de Zeeuwse wateren gelden de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Daarnaast geldt voor het gebied ook nog eens de Kaderrichtlijn Water die eisen stelt aan de biologische en chemische kwaliteit van het water. Door al deze regelgeving is aan de dijken en wateren van de Ooster- en Westerschelde een proeftuin ontstaan waar biologen en ingenieurs aan het pionieren en experimenteren zijn. De uitdaging is daarbij: kunnen we de kennis en ervaring van de verschillende disciplines bundelen en gebruiken voor nieuwe toepassingen?

Infrastructuur

Met name het Havenbedrijf Rotterdam en de Technische Universiteit Delft gebruiken de dijkvakken regelmatig voor pilotonderzoek. Enkele jaren geleden hebben beide een haalbaarheidstudie naar het concept van de zogenaamde ‘Rijke Dijk’ uitgevoerd. Binnen dat concept willen beide organisaties nagaan of ecologische en civieltechnische kennis samengebracht kunnen worden om een nieuwe infrastructuur aan de kust te ontwerpen. Een infrastructuur die zowel uit oogpunt van flora en fauna van belang is, maar ook voor de recreatie. Kunnen, met andere woorden, zeeweringen, sluizen, havenkades en dammen, zo worden ontworpen dat ze zowel het planten- en dierenleven stimuleren en tegelijkertijd aantrekkelijk zijn voor sportvissers, duikers en recreanten?

Het is de vraag naar het medegebruik van deze infrastructuur ofwel het combineren van functies. Het antwoord is ja. Volgens Pim de Wit, projectleider van het Havenbedrijf Rotterdam komt er een vervolg en zal het project snel een tweede fase ingaan. Eind dit jaar verwacht hij dat Deltares, een nieuw kennisinstituut in deltatechnologie, in opdracht van Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf Rotterdam beginnen kan met pilot projecten voor rijke dijken.

Reef blocks

In de haalbaarheidstudie staan futuristische schetsen van palenbossen waaraan schelpdieren en wieren zich kunnen hechten. Geplaatst voor een zeewering, voor kades of zelfs hangend onder die kades, zorgen ze voor het afremmen van de golven. Tegelijkertijd zorgen de aangehechte mosselen met hun filterende kracht voor de verbetering van de waterkwaliteit en een groter doorzicht van het water. In het rapport wijden onderzoekers ook uit over de aanleg van kunstmatige riffen, opgebouwd uit stortingen of plaatsingen van beton en steen. Met ‘reef blocks’ of ‘reef balls’ aan de voet, ontstaan in die constructies tal van schuilplaatsen voor onder meer vissen en kreeftachtigen. Het gaat hier om betonnen bowlingballen met een diameter van een tot drie meter. In de Grevelingen bij Scharendijke zijn jaren terug tientallen van deze objecten op de bodem geplaatst en trekken sindsdien vele duikers.

Getijdepoeltjes

Voor het project Rijke Dijk hebben de dijkvakken van de Zeeuwse wateren de nodige kennis verschaft. Zo hebben onderzoekers in de jaren negentig op Neeltje Jans de natuurwaarden van nieuwe bekleding getest en is studie gedaan naar onder meer nieuw ontwikkelde betonvarianten en het effect van breuksteen in combinatie met gietasfalt. Vorig jaar was er opnieuw een pilot. Toen zijn in de kreukelberm van het dijktraject Koude- en Kaarspolder als proef eco-bassins aangelegd. Het gaat hier om min of meer permanente getijdepoeltjes die uit verschillende soorten stenen bestaan.

Nieuwe getijdepoeltjes in de Kouden- en Kaarspolder

Met de pilot willen de onderzoekers bekijken of deze constructies in het flauw glooiend talud een habitat kunnen zijn voor soorten als anemonen, alikruiken, garnaalachtigen, krabben en heremietkreeften.

De Rijke Dijkstudie is gebaseerd op kennis en onderzoek. Perquin: “Voor een deel hebben zij zich daarbij kunnen baseren op de ervaringen die het Projectbureau Zeeweringen heeft opgedaan met het behoud van natuur op stenen bekledingen. Voor ons hebben de resultaten niet geleid tot wezenlijk andere inzichten of toepassingen, maar waren eerder een bevestiging van wat we deels al wisten. De initiatieven lijken een vervolg te gaan krijgen. In de komende periode verwacht ik dan ook dat er opnieuw aansluiting gezocht zal worden bij de trajecten die wij onder handen hebben.”

Bron: De Rijke Dijk (haalbaarheidstudie), Havenbedrijf Rotterdam/TU Delft.

Agenda dijkverbetering

Tussen 1 april en 1 oktober worden in Zeeland de dijkvakken hersteld en verbeterd. In die periode zijn de weeromstandigheden het best en bestaat er het minste risico. In 2008 worden op Schouwen-Duiveland de volgende dijktrajecten verbeterd: Schelphoek Oost, Kisters of Suzanna’s inlaag en de Bruinissepolder. In 2009 volgen de Polder Vierbannen en de Grevelingendam.

Foto’s: Projectbureau Zeeweringen

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/dijkverbetering-en-natuur-gaan-hand-in-hand/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *