De reis naar de Oost begon aan ’t Sas

De scheepswerven van Smit en Strickaert hebben Zierikzee aan het begin van de negentiende eeuw goede jaren bezorgd. Jaarlijks liepen hier wel één of meer barkschepen van stapel. Voor een deel van die Kaapvaarders bleef Zierikzee de thuishaven. Soms lagen hier wel vier of vijf schepen te wachten om gelost te worden.

In tijden van economische tegenspoed is het altijd wachten op mensen die initiatieven nemen, die mogelijkheden zien en kansen grijpen. Na de Franse tijd brak die periode ook aan voor Zierikzee. Door de Franse bezetting waren scheepvaart en nijverheid stilgevallen en waren in dit stadje aan de Gouwe economisch zware tijden aangebroken. Dat de inwoners niet helemaal aan de bedelstaf raakten, is de verdienste geweest van een klein clubje notabelen –bestuurders en ondernemers– die mogelijkheden zagen om aan de malaise te ontsnappen. Het perspectief daarop bood de stimuleringspolitiek van koning Willem I waarbij alles draaide om een protectionistische handel en invoer van producten uit de koloniën. De basis daartoe was de invoering van het cultuurstelsel in 1830. Dat stelsel verplichtte inlanders Europese producten als indigo, thee, suiker en koffie te leveren. De Nederlandse Handelmaatschappij (NHM) zorgde voor het vervoer van deze producten maar was verplicht daartoe alleen Nederlandse schepen te gebruiken. Toen dit van kracht werd zagen tal van ondernemers in nijverheid, handel en scheepvaart kansen om hier goed geld aan te verdienen. Ook Zierikzee heeft daarvan geprofiteerd.

Zierikzee, Scheepstimmerdijk (links), Vissersdijk (rechts). Links het scheepswerfje van Van der Velde en de steiger van de werf ‘De Goede Intentie’, rechts de loodsen van de Zierikzeesche Houthandel; daarachter de ‘Commerciewerf’. Bij de pijl het woonhuis van M.C. de Crane. Links de gebouwen van de voormalige zoutkeet ‘De Leijekeet’.

Durfkapitaal

Net als bij de katoenweverij (zie ons artikel in de zomeruitgave) hebben scheepsbouw en scheepvaart veel te danken gehad aan de inspanningen van een commissie van notabelen. Deze commissie, bestaande uit burgemeester M.C. de Crane; H.W. Sage ten Broek, predikant in Haamstede; jonkheer W.D. de Jonge, commissaris van het district Zierikzee; mr Schuurbeque Boeije, advocaat en D. van der Vliet, makelaar is al snel op zoek gegaan naar durfkapitaal en naar ondernemers om hier een eerste koopvaarder te gaan bouwen. Een van de eerste ondernemers die wilde investeren was C. Smit, een gerenommeerd scheepsbouwer uit Alblasserdam. Ten zuidwesten van het Sas, aan de Vissersdijk, richtte hij de eerste scheepstimmerwerf in. Op deze ‘Commerciewerf’ legde hij eind jaren dertig de kiel voor een grote Oost-Indiëvaarder. Bij die investering werd hij overigens geholpen met een persoonlijke donatie van koning Willem I.

Slim en doortastend

Al vroeg heeft ook burgemeester De Crane zich in het nieuwe avontuur gestort. Naast burgervader, die zeer betrokken was bij het wel en wee van de stad en haar inwoners, was hij ook een slimme en doortastende ondernemer die zich al snel ontwikkelde tot een van de drie belangrijkste reders in Zierikzee. De Crane had een woonhuis annex kantoor op de Vissersdijk naast de ‘Commerciewerf’, maar woonde feitelijk in Huize ‘Bleykzigt’ aan de Donkereweg 58 in Schuddebeurs, een landhuis dat hij omdoopte tot Huize ‘Buitenrust’. Samen met de andere reders ‘De Jonge en Keller’ en ‘Bal en Co.’ heeft hij goed verdiend aan zijn schepen.

Perspectief

Met de herleefde handel op Indië werd het drukker aan het Sas. In 1840 kwam er een tweede werf. De hier woonachtige Brusselaar, J. Strickaert, bouwde tegenover de bestaande werf aan het Sas een tweede scheepswerf en noemde deze ‘De Goede Intentie’. Op deze werf aan de Scheepstimmerdijk werd op 12 juli 1840 de kiel gelegd voor het barkschip ‘Marie Julie’ dat al enkele maanden later van stapel liep. Blijkbaar was er veel perspectief want nog op dezelfde dag legde Strickaert alweer de kiel van een nieuw schip, het fregatschip ‘Zeeland‘.

Beurslijst

Het verhaal gaat dat de Nederlandse Handelmaatschappij paal en perk wilde stellen aan het aantal schepen dat door de NHM bevracht werd. Op 18 juni 1841 zou er een definitieve beurslijst komen van schepen die in de vaart of in aanbouw waren en die door de NHM bevracht zouden worden. De Crane moet daarvan hebben geweten. Hij handelde in ieder geval kordaat en meldde een dag voor het verstrijken van de termijn dat op de werf ‘De Goede Intentie’ de kiel gelegd was van een nieuw schip, het driemaster fregat ‘De Roompot’. Het bleek met name een administratieve manoeuvre te zijn want de Roompot liep pas drie jaar later, op 20 juli 1844, van stapel.

Zierikzee, Vissersdijk. Rechts het kantoor/woonhuis van de familie De Crane.

Touwslagers en zeilmakers

In het midden van de negentiende leefde Zierikzee op. De Commerciewerf, de werf ‘De Goede Intentie’, de rederijen en de scheepvaart brachten welvaart en werk. Bekend is dat op de ‘Commerciewerf’ rond 1850 meer dan veertig volwassenen en tien jongens werkzaam waren; op de werf ‘De Goede Intentie’ was een vergelijkbare situatie. Daar werkten zo’n vijfentwintig volwassenen en enkele jongens. Van de twee werven zijn in de periode van 1840 tot en met 1857 in totaal zo’n 26 zeeschepen van stapel gelopen. Die scheepsbouw en handel zorgden voor veel bedrijvigheid in het stadje van zesduizend inwoners. Want behalve het werk op de werven was er ook veel te doen voor touwslagers, zeilmakers, smederijen, timmerlieden en schilders. Uiteraard bloeide bij al die drukte ook de middenstand op.

De Grondwet

Kwamen er schepen binnen dan werden in de haven kanonnen afgeschoten of luidde de bel in de haven om de zakkendragers te waarschuwen. Veel rust was ze dan niet altijd gegeven. Het kwam voor dat in of net buiten de haven wel vier of vijf grote zeeschepen voor anker lagen en op het moment wachtten om gelost te worden van koffie, thee of andere producten. Was het schip leeg dan trokken de zakkendragers met een bezem in de hand de stad door als symbool dat het schip schoon was. Zierikzee groeide uit tot een belangrijke haven waar zelfs de Nederlandse Handelmaatschappij een agentschap had en waar ook een station van de reddingsmaatschappij zich vestigde. Het tij keerde echter toen de vrachten van de Handelmaatschappij terugliepen en er geleidelijk aan minder schepen werden gebouwd. Zware tijden braken aan waarbij de reders van de relatief kleine houten zeilschepen moesten wedijveren met de grote ijzeren stoomschepen.

Vaak verkochten zij hun schepen en nieuwe kwamen er maar weinig bij. De laatste grote Kaapvaarder die uit de haven van Zierikzee verdween, was het barkschip de ‘Grondwet’. De Crane verkocht het in 1874 aan Noorwegen.

Schepen in eigendom van rederij M.C. de Crane & Zn.

 1840-1841  Stad Zierikzee (bark) Zierikzee
 1841-1853  De Roompot (fregatschip) Zierikzee
 1847-1858  Elisabeth Johanna (bark) Zierikzee
 1848-1851  Johanna Wilhelmina (kofschip) Zierikzee
 1848-1854  Maria Sophia (schoenerbrik) Zierikzee
 1849-1861  Marinus & Geertruida (schoenerkof) Zierikzee
 1854-1855  Onderneming (pleit) Zierikzee
 1855-1872  Cadsandria (schoenerkof) Zierikzee
 1855-1862  Westerschouwen (kofschip) Zierikzee
 1855-1858  Oostzee (kofschip) Zierikzee
 1856-1875  Haamstede (bark) Zierikzee
 1857-1873  Catharina Maria (bark) Zierikzee
 1858-1875  Grondwet (bark) Zierikzee

 

De Oost

In die tijd berichtte een krant als de Zierikzeesche Nieuwsbode dagelijks over de lotgevallen van de zeilschepen op hun reizen van en naar Oost-Indië. Als een feuilleton was te volgen welk schip welke haven aandeed, wanneer het er weer vertrok en hoe het met de lading en bemanning was gesteld. Op zo’n lange reis kon het niet anders dan dat er ook veelvuldig werd bericht over problemen onderweg: opvarenden die ziek werden of overleden, schepen die aan de grond liepen of die ten onder gingen in een storm.

Niet zelden voltrokken die rampen zich echter niet in den vreemde maar dicht bij huis. Berucht en gevaarlijk waren de vele ondiepten en zandbanken die de Noordzee en de Zeeuwse wateren telden. Tientallen schepen zijn er vergaan en veel zeelieden zijn er verdronken. Onder die schepen waren ook enkele Kaapvaarders die het eigendom waren van De Crane en Zoon. Zo verging het fregatschip ‘De Roompot’ in juni 1853 in de stroomgeul waar het naar vernoemd was.

Mensenetereiland

Soms ging het al heel snel verkeerd. Het was het geval bij het barkschip de ‘Stad Zierikzee’ dat op 30 juli 1840 onder grote belangstelling van stapel was gelopen. Met trots berichtte de Zierikzeesche Nieuwsbode dat het zeilschip al na vier uur op volle zee was, een overduidelijk bewijs dat Zierikzee als zeehaven gunstig was gelegen. Veel geluk was dit barkschip, eigendom van rederij De Crane, echter niet gegeven. Op 4 oktober 1840 strandde het op een rif bij het zogenaamde mensenetereiland ten noorden van Java maar wist daar toch van los te komen. Pech bleef het schip echter achtervolgen.

Op de terugweg werd kapitein D.T.C. Sass ernstig ziek en moest op Sint Helena worden achtergelaten. Hierop nam J.C. Hoek, de eerste stuurman, het bevel over en bracht het schip op de rede van Veere. Daar sloeg het noodlot toe. Tijdens een zware storm en hoge vloed sloeg het schip van twee ankerkettingen en dreef naar de zandplaat ‘de Onrust’. Hier beukte de koopvaarder onophoudelijk op de plaat. De bemanning werd van boord gehaald en een deel van de lading koffie, suiker en tin kon nog in veiligheid worden gebracht. Het schip zelf kon niet gered worden. Ook kapitein Sass heeft de reis niet overleefd. Hij is op Sint Helena aan cholera overleden.

Een barkschip onder zeil. Het barkschip was in de 19e eeuw populair bij reders, omdat het minder bemanning nodig had dan de tot dan toe gebruikelijke schepen, terwijl het bijna even snel was.

Voor Oost-Indië een gunstige haven

Veel reders lieten hun schepen in Zierikzee lossen omdat het vervoer naar Holland tijdrovend en dus kostbaar was. Een zeilschip dat in die dagen Zierikzee uitvoer was reeds na enkele uren op volle zee. Dat was een stuk sneller dan een vertrek uit Schiedam of Rotterdam. Twee dagen zeilen was niet ongebruikelijk. Maar behalve kostbaar –tijd is immers geld– was het ook gevaarlijk. De waterwegen langs de Zuidhollandse eilanden waren niet alleen krap, er was ook veel binnenvaart. Van elke schipper vroeg het de nodige stuurmanskunst om overal langs te laveren.

Aantal koopvaardijschepen gebouwd op de Commerciewerf en ‘De Goede Intentie’. Na 1857 zijn op die werven geen koopvaardijschepen meer gebouwd.

1840  2  1846  0  1852  1
 1841  2  1847  5  1853  0
 1842  1  1848  2  1854  2
 1843  1  1849  1  1855  1
 1844  2  1850  0  1856  1
 1845  1  1851  2  1857  2

 Eerder verschenen in Tijdschrift Schouwen-Duiveland, herfst 2010

Zwart-witfoto’s: Gemeentearchief Schouwen-Duiveland

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/de-reis-naar-de-oost-begon-aan-t-sas/

Geef een reactie

Your email address will not be published.