Niet alleen de ui, ook het afval heeft waarde!

De Zeeuwse uiensector moet scherp blijven. Benut alles dat van de hectares afkomt, adviseert Gijsbrecht Gunter. Behalve de ui, hebben ook de reststoffen van de teelt economische waarde.

In deze maanden is het topdrukte voor de Nederlandse uiensector. Er is een enorme vraag en gek genoeg zijn er maar weinig landen die kunnen leveren. Wereldwijd is Nederland op het moment de enige aanbieder van betekenis. Voor de uientelers, de uiensorteer- en pakstations en voor de exporteurs zijn het dan ook hoogtijdagen met prijzen die wekelijks oplopen.

Op de wereldmarkt kan het hard gaan: betaalde je bijvoorbeeld in december vorig jaar nog zo’n vijftien cent voor ‘uien in de baal’, nu schommelt die prijs al rond de veertig cent en volgens Jaap Wiskerke van Wiskerke Onions uit Kruiningen tikken we binnenkort ook nog wel de vijftig aan. “Er gaan gruwelijk veel uien weg”, zegt hij. Die enorme vraag zal aanhouden, zo verwacht hij. “Van geen enkel land hebben we op dit moment concurrentie.”

Mondiaal marktaandeel

Wiskerke heeft gelijk. Het bijzondere van het huidige uienseizoen is dat het aantal aanbieders in de markt gering is. Wereldwijd wordt er minder aangeboden. Deels is dat het gevolg van het wisselend droge en natte weer in de belangrijkste landen die uien telen, daarnaast speelt ook de crisis een rol. Wiskerke: “Het zijn met name de telers in Oost-Europa die hun activiteiten moeilijk hebben kunnen financieren. Daardoor is er minder aangeplant.” Uit deze hoek en vooral uit Rusland ziet Wiskerke de vraag nu behoorlijk aanzwellen.

De sector beleeft momenteel een gouden tijd. Het huidige seizoen verloopt prima en aan de behoefte kan bijna niet worden voldaan. Maar het is de vraag of dat de komende jaren zo zal blijven. Nederland heeft een mondiaal marktaandeel van twintig procent, maar daar wordt flink aan geknabbeld. Zwaargewichten als China en India roeren zich en eisen hun plaats in de wereldlandbouw op. Illustratief zijn de groeicijfers. Waar Nederland bijvoorbeeld over de eerste vijf jaren van dit decennium de uitvoer met een respectabele vijftig procent kon verhogen, nam –baas boven baas– de Indiase en Chinese export toe met respectievelijk honderdtachtig en bijna tweehonderdvijftig procent!

Pakstations

Ontwikkelingen als die in Azië vragen erom alert te blijven en tijdig te vernieuwen. Dat kan alleen wanneer bedrijven daartoe de noodzaak zien en hun krachten willen en kunnen bundelen. Het bijzondere van de Nederlandse uiensector is dat alle bedrijven van die noodzaak doordrongen zijn en daar naar willen handelen. Vorig jaar leidde dat tot de oprichting van de Stichting Afzetbevordering Ui (SAU). Met dit samenwerkingsverband wil de sector de positie van de Nederlandse ui versterken en het marktaandeel ervan vergroten. Voor projectmanager Gijsbrecht Gunter toont dit initiatief de innovatiekracht van de sector.

Een sector die volgens Gunter een enorme voorsprong heeft op het buitenland en daar gebruik van moet maken. “Het sleutelwoord is de efficiency van de uienketen in ons land. Kijk naar de structuur: de centrale ligging van sorteer- en pakstations tussen de teeltgebieden en uitvoerhavens in de nabijheid. Daarnaast de enorme sorteercapaciteit, de risicospreiding over de gehele keten en de kwaliteit en enorme opbrengstpotentie per hectare. En, last but not least: de betrouwbaarheid van de Nederlandse ondernemer, de continuïteit en leveringszekerheid. Alles tezamen zijn dit de belangrijkste pijlers onder de zeer krachtige uiensector.”

Verwaarden en verduurzamen

Volgens Gunter moeten telers en verwerkers een denkslag gaan maken: niet meer denken in termen van winstmaximalisatie van de ui als voedingsmiddel, maar in winst per hectare landbouwgrond. “Kijk niet enkel naar de ui als eindproduct, maar onderzoek of er ook andere inhoudstoffen van de ui zijn of reststromen van de teelt waar je nieuwe grondstoffen of producten van kunt maken. Wanneer je erin slaagt om meer te verwaarden en te verduurzamen, dan levert een hectare landbouwgrond veel meer op.”

Gijsbrecht Gunter kijkt naar de praktijk van alledag. Op de voornamelijk Zeeuwse pakstations draait alles om de ui als voedingsmiddel. Voor de uienpellen en het loof –zeg maar het afval van de teelt– is de belangstelling vaak een stuk minder geweest en vooral een kostenpost. “Bij elkaar gaat het om zo’n achttienduizend ton afval dat pakstations jaarlijks produceren als nevenstroom. Wij zoeken nu naar mogelijkheden om het te verwaarden.”

Uienstaarten

In opdracht van de Zeeuwse vereniging van uienverwerkers (Zuver) heeft de Wageningen Universiteit onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid om de reststroom van de uienteelt beter te kunnen benutten en verwaarden. Dat onderzoek heeft nieuwe inzichten gebracht. Zo kunnen uienpellen, uienstaarten en wortels vanwege het geringe gehalte aan stikstof en fosfaat prima worden gecomposteerd. Behalve bodemverbeteraar kan deze compost ook toegepast worden als ziektewerend middel tegen schimmels die steeds vaker optreden in de uienteelt. Daarnaast zou het afval ook kunnen worden aangeboden aan een biomassacentrale om daar verbrand te worden en omgezet te worden in bio-energie.

Machines die het uienloof wegklappen of uien rooien, worden steeds vaker in nauw overleg met de klant gemaakt. Hier een geavanceerde MacLouis machine, van Louis Verburg uit Nieuwerkerk.

Nichemarkt

De ui, zo blijkt uit onderzoek, bevat ook inhoudstoffen die weer andere marktkansen bieden. Kansen op het vlak van ‘functional food’, dat wil zeggen voedingsmiddelen die naast de voedingswaarde ook belangrijke inhoudstoffen in zich hebben die de gezondheid kunnen bevorderen. Het geheim schuilt in de stof quercitine die zich in de buitenste droge rokken van de ui bevindt.

Uit wetenschappelijke publicaties blijkt dat het een antioxidant is die lichaamscellen beschermt tegen schadelijke ‘vrije radicalen’ en de ontwikkeling van schadelijke tumoren kan remmen. Quercitine blijkt een verbinding te zijn waarop de ui zich onderscheidt, zegt Gunter. “De opname van quercitine in het lichaam is afhankelijk van de suikergroepen die aan het molecuul gebonden zijn. Juist de ui bevat veel van deze opneembare verbindingen. De quercitine-absorptie van uien is daardoor twee maal hoger dan van thee, dat eveneens quercitine bevat en zelfs drie maal hoger dan van appels!”

Voedingsmiddelen die gezondheidsbevorderend kunnen zijn. Voor de uiensector kan dat wel eens een nieuwe nichemarkt worden, zegt Gunter. Hij noemt een ander voordeel. “Quercitine leent zich ook erg goed als natuurlijke kleurstof. Verbind je deze twee eigenschappen –door voeding te kleuren en een gezondheidsbevorderende stof toe te voegen– dan heb je een dijk van een marketingproduct!”

Zeeuwse aangelegenheid

Na Dronten en de Noordoostpolder is Schouwen-Duiveland de gemeente die de meeste hectare akkergrond met uien heeft staan. Het gaat hier om meer dan tien procent van het landbouwareaal, waar dat in andere gebieden zo’n twee procent is. In Nederland vindt de teelt van uien vooral plaats in Flevoland, Friesland, Noord-Holland en Zeeland. Echter, het sorteren, verpakken, verwerken en exporteren van al die uien is een exclusieve Zeeuwse aangelegenheid. Voor tachtig procent gebeurt dat in Zeeland. Door die concentratie is de uiensector voor de Zeeuwse economie een pijler van betekenis die velen direct en indirect werk biedt.

Doorsnede van een ui. Bron: Verwaarding reststroom uienbewerking, Agrotechnology and Food Sciences Group.

 

Kennisbank

De Stichting Afzetbevordering Ui legt momenteel een digitale kennisbank aan waar alle partijen die actief zijn in de keten, terecht kunnen voor informatie over afzetmarkten, inhoudstoffen en fundamenteel onderzoek. Met deze kennisbank wil de stichting zaadhuizen, telers, handelaren, pakstations en exporteurs een platform bieden waar zij elkaar kunnen ontmoeten, informeren en inspireren.

 Eerder verschenen in Tijdschrift Schouwen-Duiveland, voorjaar 2010

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/de-onvermoede-kanten-van-de-ui/

Geef een reactie

Your email address will not be published.