»

Bericht afdrukken

De kluizenaar van Scharendijke

Velen uit Den Osse en Scharendijke moeten hem hebben gekend. Ze zagen hem op het strand of op de dijk, genietend van het land, het water en vooral: van een leven zonder anderen. Op Schouwen-Duiveland leefde Christoffel Bruinings Ingenhoes jarenlang zoals hij dat verkoos

 

De weides, het akkerland, de duinen en de verlaten stille stranden: de aantrekkingskracht van Zeeland is er een van alle tijden. Aan het begin van de twintigste eeuw heeft de journalist en letterkundige Pierre Henri Ritter deze magie eens willen doorgronden. En wellicht dat zijn ‘Zeeuwse Mijmeringen’ onthullen wat Ingenhoes naar hier heeft gebracht en hier heeft gehouden. “Ge gaat er heen om de eenzaamheid terug te vinden”, zegt Ritter. “De eenzaamheid  van het landschap en de eenzaamheid van uw eigen ziel.”

Veedrijver en schapenfokker

Christoffel Bruinings Ingenhoes heeft heel wat omzwervingen achter de rug wanneer hij op enig moment in Zeeland komt. Argentinië, Zuid-Afrika, Indië en dan uiteindelijk weer terug in Europa, in Normandië en, nog dichter bij huis, de laatste jaren in Drenthe. Als hij op Schouwen-Duiveland komt, is hij 67 jaar en energiek genoeg om het leven voort te zetten zoals hij dat al jaren gewoon was.

Ingenhoes heeft aan de landbouwhogeschool Wageningen gestudeerd en is in Duitsland scheikundig ingenieur geworden. In april 1914 behaalt hij zijn doctorsgraad in de chemie aan de Universiteit van Zürich. Op de website van deze universiteit is nog steeds de titel van zijn dissertatie te achterhalen: ‘Zur Kenntnis der Eigenschaften der Salze der seltenen Erden mit den Pehenolkarbonsäuren’.

Ingenhoes in 1975.

Ingenhoes in 1975.

 

Een echte carrière in de chemie is niet wat hem trekt. Ingenhoes heeft een andere passie en de grote oorlog die enkele maanden na zijn promotie uitbreekt in Europa, geeft de doorslag om een radicale beslissing te nemen: Ingenhoes verlaat het oude werelddeel en zoekt zijn heil elders op de wereld. Hij wil leven van eigen arbeid en in harmonie met de natuur. Zonder verplichtingen en zonder bezit. Wisselend wordt hij veedrijver in Argentinië, schapenfokker in Zuid-Afrika en boer in Normandië. Uiteindelijk komt hij weer terug in Nederland waar hij eerst nog ergens op het land in Drenthe woont, om daarna naar Schouwen-Duiveland te komen.

Houten barak

Op enig moment is Ingenhoes op Schouwen-Duiveland gekomen waar hij een onderkomen vond in een houten barak aan de duinrand, dicht bij het koepeltje in Scharendijke. Het is een klein keetje van enkele vierkante meters. Er is geen water, geen elektriciteit en geen verwarming. Enkel is er een primitief houtkacheltje en daar stookt Ingenhoes het aangespoelde hout in op, dat hij eerst op het kacheltje laat drogen. Voor Ingenhoes is het allemaal voldoende, want zo wil hij leven. Water om zich te wassen en te drinken verzamelt hij door regenwater in bakken en teilen op te vangen. Een van de weinige zaken die hij wel accepteert en zeer waardeert is het brood van de bakker. Dagelijks komt deze langs om hem dat te bezorgen. Maar als de bakker door ziekte een keer niet bezorgt, is Ingenhoes zeer teleurgesteld en voelt hij zich zeer gegriefd. Van hem hoeft de bakker niet meer langs te komen. Het is over en uit, hoe zeer anderen ook proberen hem op andere gedachten te brengen.

Het onderkomen van Ingenhoes.

Schilderen met woorden

Mevrouw Jansje Wandel verzamelt haar leven lang krantenknipsels, notities en foto’s van gebeurtenissen en ontmoetingen met mensen. Eén van die bijzondere mensen is Ingenhoes. Over de eerste kennismaking zegt ze: “wij woonden in die tijd in Den Osse. Geregeld zag ik hem in die periode over de dijk aan komen lopen: op zijn hoofd een strooien hoed, grote laarzen aan, een windjack om, en op zijn rug een knapzak. Of het nu zomer of winter was: zo kwam je hem altijd tegen.” Een markante pose blijft haar altijd bij: Ingenhoes die boven aan de dijk zit. Met zijn rug tegen een paaltje en turend over het land en het water. “Urenlang kon hij zo zitten.”

Voor de mensen in Den Osse en Scharendijke was Ingenhoes een zonderlinge figuur die al snel de bijnaam ‘de kluizenaar van Scharendijke’ kreeg; anderen noemden hem ook wel ‘de kruidendokter’. Een zonderlinge figuur, dat was hij, gelet op zijn gedrag en levenspatroon, zo zegt mevrouw Wandel. Maar tegelijkertijd was de ‘kluizenaar’ ook iemand waar de mensen al snel met achting over spraken. Het ging namelijk al snel rond dat Ingenhoes een bereisd man was die er bijzondere meningen op nahield. “Maar dan moest Ingenhoes wel zin hebben in een gesprek en dat was niet altijd het geval.” De kluizenaar was wat wantrouwend en meed het menselijk contact. In zijn leven was hij vaak bedonderd en bedreigd geweest en zocht de mensen daarom niet op. “Maar kwam het wel tot een contact en vertrouwde hij je, dan kon hij je heel interessante verhalen vertellen over bijvoorbeeld de natuur en de landbouw. Hij schilderde als het ware met woorden en dan leek het net alsof je er zelf bij was.”

Elektriciteit

Elke dag is Ingenhoes op het strand in de weer. Langs de vloedlijn verzamelt hij aangespoeld hout voor zijn kacheltje. Hier op het strand komt hij Piet Wandel tegen, de inmiddels overleden echtgenoot van mevrouw Wandel. Piet Wandel laat dagelijks op het strand de hond uit. Een groet en een praatje groeien uit tot een vriendschappelijke band. Ook mevrouw Wandel leert hem op die manier kennen.

Iedereen in de omgeving respecteert de levenswijze van Ingenhoes, maar tegelijkertijd groeit ook de zorg en kommer om de situatie waarin de oude man verkeert. Iedereen blijft op afstand, want hulp en steun daar wil de kluizenaar absoluut niet van weten. “Ingenhoes kreeg vaak studievrienden op bezoek. Ook die maakten zich soms zorgen om hem. Het gebeurde wel eens dat ze de dag na hun vertrek eierkolen bij hem lieten afleveren voor zijn kacheltje. Ik weet nog goed dat hij daar zeer boos om was. Hij wilde nou eenmaal zo leven.

Een vriend stuurde eens een transistorradiootje naar zijn adres. Ook dat wilde hij niet. Met kerende post ging het retour.” Soms nam hij wel eens hulp aan om mensen niet teleur te stellen. Zo vertelt mevrouw Wandel dat hij maar geaccepteerd heeft dat er vanuit een frietkraam aan de weg een elektriciteitskabeltje werd doorgetrokken naar zijn barak. “Dan kun je je huisje verwarmen”, zo werd hem gezegd. Ingenhoes liet het maar begaan om anderen niet voor het hoofd te stoten. “Maar gebruiken deed hij het niet. Zijn oude kacheltje wilde hij onder geen beding kwijt, dat bleef hij tot het laatst toe gewoon gebruiken.”

Strenge winter

Het gaat goed met Ingenhoes, zo lang hij in redelijke gezondheid verkeert en ook zijn huisje hem bescherming blijft bieden. Met wrakhout repareert hij zijn barak, maar hij kan niet voorkomen dat het er gaat tochten en kieren, dat het er vuil en vies wordt en dat het er soms vreselijk koud is. Het is vooral in de strenge winter van 1963 dat Piet Wandel zich ernstige zorgen om hem maakt. “Piet kon heel de nacht niet slapen en dacht voortdurend aan hem. Hij was bang dat Ingenhoes dood zou vriezen. Heel vroeg is hij uit bed gegaan om te kijken hoe het hem verging. Gelukkig had hij het allemaal overleefd.”

Ingenhoes schaakte graag.

Sinds die winter is Piet Wandel Ingenhoes geregeld gaan bezoeken. Na zijn pensionering deed hij dat zelfs een paar keer per dag. Ook enkele anderen hielden Ingenhoes in de gaten en hielpen hem waar hij dat toeliet. Politieagent de Haan en zijn zoon deden dat en ook dokter Terpstra. Die zorg en steun moest altijd omzichtig gegeven worden maar was wel hard nodig. De gezondheid van Ingenhoes werd slechter. Hij kon steeds minder zien en horen. Zijn broek hing met een touwtje om zijn middel, de naden lagen open en ook zijn ondergoed was stuk. Wanneer Piet Wandel zag dat Ingenhoes wonden of infecties had –en dat kwam geregeld voor want hij kon steeds minder zien en verwondde zich nogal eens- dan vroeg hij dokter Terpstra om eens naar Ingenhoes te kijken. Die omkleedde zijn bezoek dan steeds door te zeggen “…dat het hoog tijd werd om zijn oude vriend weer eens te zien.” Ondertussen keek hij of hij misschien iets kon doen.

Boerderij in Normandië

Eén keer in het half jaar ging Ingenhoes naar de bank in Zierikzee om daar wat geld op te halen, weet mevrouw Wandel. Dat was telkens een klein bedrag want Ingenhoes wilde sober leven en had niets nodig. Politieman de Haan begeleidde hem dan op die tocht. “In uniform en met een hand op zijn schouder leek het dan alsof de oude baas werd opgebracht.” Ook Piet Wandel stond Ingenhoes bij waar dat kon. Hij deed zijn administratie, controleerde de bankafschriften en las de post voor. Soms zaten daar ook wel eens verzoeken bij van mensen van een naburige camping met wie Ingenhoes wel eens een potje schaakte. “Die mensen vroegen schaamteloos om geld voor een boot of een caravan. Ingenhoes was daar verontwaardigd over en ging daar nooit op in.”

In het plakboek van mevrouw Wandel zitten ook oude foto’s uit het leven van Ingenhoes. Foto’s van een studentenfeestje en van zijn boerderij in Normandië die hij in de jaren twintig kocht en die hij helemaal had opgeknapt. Een studievriend en diens vrouw, de heer en mevrouw Wijsman verbleven daar geregeld. Op enkele foto’s zijn ze het hooi aan het oogsten of poseren ze op het land naast het paard en de hooiwagen.

Enkele van die foto’s zijn uit het vuur gered. Ingenhoes wilde soms schoon schip maken en begon dan foto’s en andere persoonlijke dingen te verbranden. Wandel was daar wel eens bij en wees erop dat het persoonlijke herinneringen waren. Maar het was Ingenhoes om het even. “Als ik jou er een plezier mee kan doen, dan mag je ze hebben, zei hij dan.” Op deze manier heeft Piet Wandel er enkele bewaard. Om een tastbare en blijvende herinnering aan hun vriendschap te bewaren, heeft Wandel aan Ingenhoes gevraagd te poseren voor een foto. Ingenhoes wilde zijn goede vriend die dienst wel bewijzen. Het is de enige foto die mevrouw Wandel van haar man en Ingenhoes samen heeft. Terugkijkend zegt mevrouw Wandel dat het voor Ingenhoes een moeizaam en zorgelijk leven is geweest. “Maar hij heeft ook vredig en gelukkig geleefd aan dat prachtige begin van de duinenrij van Schouwen. Het was precies zoals hij dat wenste.” Voor mevrouw Wandel was Ingenhoes een vriendelijk en hoflijk mens. “Zo hebben wij hem leren kennen en zo zal hij ook in onze herinnering voortleven.”

Met Piet Wandel in 1975.

Eerder verschenen in Tijdschrift Schouwen-Duiveland, juni 2007

Foto’s: mevrouw J. Wandel,Zierikzee

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/de-kluizenaar-van-scharendijke/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *