«

»

Bericht afdrukken

Bunkers hebben militair historische waarde

Uit het type bunker en het aantal is op te maken welk strategisch belang de Duitse bezetter aan Schouwen-Duiveland toekende. Het eiland was belangrijk, maar vooral ter verdediging van Walcheren en de Zuidhollandse eilanden.

 

Bomvrije manschappenbunker in het Slotbos in Burgh-Haamstede.

Waar je ook bent aan de Atlantische kust, in Noorwegen, Nederland of Frankrijk, overal liggen in het kustgebied bunkers en steeds zijn die van hetzelfde type en hebben ze dezelfde bouw. “Vreemd is dat niet”, zegt Peter Heijkoop van de Stichting Bunkerbehoud die zich inzet voor het behoud en de ontsluiting van bunkers in Nederland. “De Duitsers hebben de gehele kustverdediging gestandaardiseerd. Om te bepalen waar welke bunker moest komen, keken ze naar het gebied en naar de militaire functies die voor de verdediging nodig waren. Uit een uitvoerige bunkergids kozen ze vervolgens de bunker en het bunkercomplex die daarbij pasten”.

Militair-historische waarde

In de Tweede Wereldoorlog zijn alleen al in Nederland zo’n tienduizend bunkers gebouwd. Slechts een fractie daarvan is er nog. Het merendeel –zo’n negentig procent– is in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw gesloopt. Velen zagen in de betonnen kolossen een sta-in-de-weg en een vervelende herinnering aan de bezettingsjaren. Begrijpelijk was dat wel. Vaak stonden deze bunkers aan de kust en ondergroeven daar het duin. Dat leverde gevaarlijke situaties op. Regelmatig kwam het voor dat bunkers instortten en van het duin naar beneden gleden.

Het wat negatieve beeld van bunkers is aan het verdwijnen. Bunkers worden de laatste tijd meer en meer gezien en gewaardeerd als vestingwerken die bij de Nederlandse geschiedenis horen. Eén van de drijvende krachten daarachter is de Stichting Bunkerbehoud die de kennis en toegankelijkheid van deze bouwwerken wil vergroten. Heijkoop: “Bunkers zijn belangrijke vestingwerken die militair-historische waarde bezitten. Wij willen ze behouden en toegankelijk maken zodat jong en oud kunnen begrijpen welke functie ze hebben gehad en welke rol ze hebben gespeeld bij de slag om de Schelde”.

Commandobunker in het Slotbos in Burgh-Haamstede.

Noordflank van Walcheren

Vanaf 1941 verrezen in Nederland net als elders in Europa bunkers in het binnenland en vooral in het kustgebied. De bunkers aan zee waren onderdeel van de Atlantikwall, een verdedigingslinie die uit een reeks van elkaar opvolgende steunpunten bestond die van Noorwegen tot aan de grens met Spanje liep. Een doorlopende fortificatie, wat de naam doet vermoeden, was dat niet. Alleen de gebieden die militair belangrijk waren kregen een steunpunt in de vorm van een samenhangend bunkercomplex.

Deze bunkers waren er in alle soorten en maten en hadden allerlei verschillende functies. Zo fungeerden ze als gewondenverzamelplaats, geschutsopstelling, munitiebunker en radarbunker. De variëteit was groot, maar de hoofddoelstelling was dezelfde: geschut, apparatuur, bewapening en manschappen beschermen tegen eventuele aanvallen van de vijand.

Net als veel kustgebieden richtten de Duitsers ook de westhoek van Schouwen-Duiveland in als ‘Stützpunktgruppe’. De Kop van Schouwen werd extra beschermd omdat hier de noordflank van Walcheren en de zuidflank van Hoek van Holland verdedigd moesten worden. Voor de Duitse bezetter waren de Oosterschelde en de Grevelingen belangrijke zeearmen. Mochten de geallieerden een invasie overwegen, zo was de redenering, dan zou die gericht zijn op het innemen van de havensteden Antwerpen en Rotterdam. Controle over die waterwegen was voor de Duitsers dan ook een wezenlijke opgave. “Strategisch was Schouwen-Duiveland belangrijk, maar minder belangrijk dan Walcheren”, zegt Heijkoop. Een goede indicator daarvoor is het aantal bomvrije bunkers op de eilanden. “Op Schouwen-Duiveland zijn dat er ongeveer tachtig á negentig geweest, terwijl dat er op Walcheren meer dan driehonderd zijn.”

Ständiger Ausbau

De betondikte van bunkers wisselde al naar gelang het ontwerp. Ontwerpen konden in betondikte variëren van enkele tientallen centimeters voor bunkers die in een veldstelling stonden tot wel zeven meter voor de speciale havenbunkers waar ‘U-Booten’ een veilige schuilplaats konden vinden. Ook werd er behalve beton ook veel pantserstaal gebruikt in de vorm van profielbalken ter ondersteuning van het dak, pantserkoepels en pantserplaten. De meest voorkomende bouwdiktes werden aangeduid met ‘Baustärken’ A en B en kenden een minimale dikte voor wanden en dekkingen van minimaal twee meter. Deze bunkers kregen de classificatie Ständiger Ausbau (ST) en werden beschouwd als bomvrij. Deze bunkers waren bestand tegen zware vliegtuigbommen van 500 kilo en granaten van 22 centimeter. De aanduiding ST staat aangegeven bij de ingang van de bunker. Soldaten die tijdens een aanval dekking zochten, wisten hierdoor dat ze in een bomvrije bunker zaten.

Ingangszijde van de commandobunker.

Slotbos Haamstede

Van de grofweg duizend bunkers die er op Schouwen-Duiveland zijn gebouwd, zijn er nu nog een paar honderd over. Ruim een tiental zware bomvrije bunkers en enkele tientallen kleinere bunkers die uit dunwandig beton of metselwerk zijn opgetrokken. Verdwenen zijn in ieder geval de geschutsbunkers die deel uitmaakten van de drie kustbatterijen die aan de buitenzijde van de duinen lagen en de Oosterschelde en Grevelingen moesten afsluiten. Deze bomvrije bunkers staan er niet meer. Wat echter wel gebleven is, zijn de bomvrije bunkers die bij het vliegveld van Nieuw-Haamstede zijn gebouwd en de bunkers in de noordoosthoek van het Slotbos, nabij de Kloosterweg. “Deze bunkererfenis danken we vooral aan de locatie”, zegt Heijkoop. “Wat verder van het duin en in de bossen, hebben ze blijkbaar tientallen jaren lang niemand in de weg gestaan”.

Heijkoop vindt de bunkers in de bossen van Slot Haamstede bijzonder omdat het hier om een nagenoeg compleet bunkercomplex gaat. “Juist omdat bijna alles er nog staat en ook in het oorspronkelijk verband, bezit dit complex een grote militair historische waarde. Die waarde is groter dan de aanwezigheid van losse bunkers waarbij samenhang en structuur zijn verdwenen.”

Hospitaalbunker

In dit Slotbos was het bataljonshoofdkwartier van de Stützpunktgruppe Schouwen gevestigd. Naast de commandobunker, of in de volksmond: ‘de Walvisbunker’, staan er zes manschappenbunkers, twee munitiebunkers en een grote hospitaalbunker. In de commandobunker bivakkeerden de bataljonscommandant en zijn staf. Wat verderop in de bossen lagen de manschappenbunkers. Bij invasiegevaar moesten deze onderdak kunnen bieden aan een reserve infanterie-eenheid en ruim honderd soldaten herbergen.

Tot slot ligt in het bos ook de grote hospitaalbunker. Een bijzonder type dat slechts zes maal in de Atlantikwall is gebouwd en dan alleen in Nederland. Van de oorspronkelijke vijf van destijds, bestaan alleen nog de exemplaren in IJmuiden, Katwijk, Wassenaar en de bunker op Schouwen-Duiveland. In de grote bunker –met afmetingen van 29 bij 15 meter– werden gewonden verzorgd en konden operaties worden uitgevoerd. Het verzorgingsgebied van deze bunker was voor de gehele Stützpunktgruppe.

Het bomvrije bunkercomplex bij Slot Haamstede.

soort bunker

aantal

waar

type

hoofdkwartier ofwel ‘de Walvisbunker’ (Bataillons oder Regiments Gefechtstand)

1

ten westen van het Slotbos (binnenzijde van de Zeepeduinen)

117

grote manschappenbunker (Doppelgruppenunterstand)

4

noordoosthoek Slotbos (nabij Kloosterweg)

502

kleine manschappenbunker (Einfacher Gruppenunterstand)

2

noordoosthoek Slotbos (nabij Kloosterweg)

501

munitiebunker (Munitionsunterstand I)

2

noordoosthoek Slotbos (nabij Kloosterweg)

134

hospitaalbunker (Grosser Sanitätsunterstand)

1

Nieuweweg, nabij Kloosterweg

118a

Dunwandige commandobunker (deze is niet bomvrij).

‘Battlefield tours’

Naar Schouwen-Duiveland heeft de stichting Bunkerbehoud nog niet helemaal kunnen oversteken. In de toekomst gaat dat wel gebeuren, denkt Heijkoop. “Momenteel ligt ons zwaartepunt op Walcheren. Daar hebben we verschillende bunkers in beheer. In Zoutelande en in Vlissingen hebben we museumbunkers ingericht waar groepen en schoolklassen een rondleiding kunnen krijgen. Al onze vrijwilligers besteden veel tijd en energie aan onderzoek, informatievoorziening en educatie.”

Een bijzonder initiatief dat goed aanslaat, is de ontwikkeling van twee bunkerroutes die langs delen van een tankgracht en langs de daaraan gelegen kazematten voeren. Panelen zorgen op verschillende punten voor extra informatie. Heijkoop rept ook over een ander succes: de ‘battlefield tours’. Heijkoop: “Met deze tours richten we ons de laatste jaren op meer professioneel geïnteresseerde groepen. Zo hebben we hier groepen van de militaire academie en andere officiersopleidingen gehad. Afhankelijk van hun vraag bezoeken we met hen het landfront ( de verdedigingslinie van bunkers die van Renesse naar de Schelphoek liep, red), geven informatie over de luchtbehandeling in een bunker of bezoeken een landingsstrand zoals ‘Uncle Beach’. We merken dat deze tours steeds sterker in de belangstelling komen”.

Tobrukbunker bij de Schelphoek.

Informatiepunt

Op Schouwen-Duiveland beperken de activiteiten zich tot het geven van lezingen en tot bezichtiging van de Walvisbunker. Op Monumentendag was deze opengesteld voor het publiek en was er veel belangstelling. Bij Heijkoop smaakt dat naar meer. “Het zou mooi zijn wanneer we in deze karakteristieke bunker op semi-permanente basis zouden kunnen gaan starten.” Voorbereidingen daartoe zijn al wel in gang gezet. Zo zijn er gesprekken gaande met de gemeente over het behoud en de bescherming van de bunker en wordt er gesproken met de Vereniging Natuurmonumenten. De bunker ligt op openbaar terrein en aan de rand van een afgeschermd natuurgebied. Voor Heijkoop gloort hier hoop en zeker nu Natuurmonumenten op de bunker een uitkijkplatform aan het realiseren is. “Mocht er een bezoekerscentrum of een informatiepunt komen, dan zou dat ook in de bunker kunnen plaatsvinden. Beide functies kunnen wat ons betreft heel goed samengaan”.

Bron: Hans Sakkers, De bunkers op Schouwen-Duiveland, 1987

 

Dunwandige manschappenbunker in het Slotbos (niet bomvrij).

Nieuwe publicatie

Volgend jaar mei 2010 verschijnt een boek van Peter Heijkoop en een of meer andere auteurs over de Duitse verdediging op Schouwen-Duiveland en met name over de strijd die in de laatste oorlogsmaanden op het eiland is gevoerd. Het boek behandelt de verdediging die de Duitse bezetter op het eiland heeft opgebouwd en de rol die de bunkers daarbij hebben gespeeld. In het tweede gedeelte komen de laatste oorlogsmaanden aan bod, de periode vanaf november 1944 toen Walcheren en West-Brabant reeds bevrijd waren maar Schouwen-Duiveland nog bezet was. Van deze periode is nog niet veel bekend. In het boek wordt beschreven welke Duitse en geallieerde acties er zijn geweest en met name de rol die de bunkers bij Zijpe tijdens dit deel van de strijd hebben gespeeld.

 Eerder verschenen in Tijdschrift Schouwen-Duiveland, december 2009

Foto’s: Peter Heijkoop

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.koersopzeeland.nl/bunkers-hebben-militair-historische-waarde/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *